Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
14.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 5 maart 2013;
- de akte uitlating met één productie van de zijde van [appellante];
- de antwoordakte van de zijde van Trajekt.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of appellante recht had op nabetaling van loon vanaf haar indiensttreding op 1 september 2000 of vanaf 1 juni 2001, het moment waarop een mannelijke collega een hoger loon kreeg zonder objectieve rechtvaardiging. Het hof oordeelde dat de vordering pas vanaf 1 juni 2001 toewijsbaar was, omdat niet was komen vast te staan dat vóór die datum ongelijke beloning plaatsvond.
Appellante verzocht het hof terug te komen op deze bindende beslissing, maar dit werd afgewezen omdat geen onjuiste juridische of feitelijke grondslag was gebleken. De vordering werd aangepast aan het uitgangspunt van het hof en de berekening werd door geïntimeerde niet betwist, waardoor vaststond dat appellante bruto € 6.783,84 te weinig loon had ontvangen.
Het hof veroordeelde Stichting Trajekt tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 januari van elk jaar, een wettelijke verhoging van 25% met rente, en € 500 aan buitengerechtelijke incassokosten. Tevens werd een verklaring voor recht uitgesproken dat Trajekt gehouden is tot vergoeding van schade door verlies of vermindering van pensioenrechten als gevolg van de te late loonbetaling.
Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en Trajekt werd veroordeeld in de kosten van beide instanties. Het hof wees het meer of anders gevorderde af en verklaarde de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Stichting Trajekt is veroordeeld tot betaling van nabetaling loon vanaf 1 juni 2001 met rente, wettelijke verhoging en incassokosten.