Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
Art. 228a
Art. 229
Artikel 8
Artikel VIII
verleent de Nederlandse Regering, in de mate en op de wijze als hieronder omschreven, aan de Geallieerde Hoofdkwartieren vrijstelling van Nederlandse belastingen en rechten, voor zover deze geredelijk herkenbaar zijn.
Artikel II
(…) The Study states that the term “public utility” has a restricted connotation applying to particular supplies or services rendered by a Government (…), for which charges are made at a fixed rate according to the amount of supplies furnished or services rendered. As a matter of principle and as a matter of obvious practical necessity, charges for actual services rendered must relate to services which can be specifically, identified, described and itemized (…).’
onderdelen a en b, kunnen uit de heffing worden bekostigd.
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep gegrond,
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank,
- verklaart het tegen de uitspraak van de Heffingsambtenaar bij de Rechtbank ingestelde beroep gegrond,
- vernietigt de uitspraak van de Heffingsambtenaar,
- vernietigt de aanslag,
- gelast dat de Heffingsambtenaar aan belanghebbende het door deze ter zake van de behandeling van het beroep bij de Rechtbank en het hoger beroep bij het Hof betaalde griffierecht ten bedrage van, in totaal, € 764 vergoedt, en
- veroordeelt de Heffingsambtenaar in de kosten van het geding bij de Rechtbank en het Hof aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op in totaal € 54.