Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr./rolnr. 674293 CV EXPL 11-5258)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met eiswijziging;
- het tussenarrest van 30 oktober 2012, waarbij in de hoofdzaak een comparitie na aanbrengen is gelast, welke comparitie geen doorgang heeft gevonden;
- de memorie van grieven met vijf producties en eiswijziging;
- de memorie van antwoord tevens houdende incident niet-ontvankelijkheid;
- de door [appellant] genomen akte (in incident) d.d. 14 mei 2013;
- de door [geïntimeerde] genomen antwoordakte in incident d.d. 11 juni 2013;
3.De beoordeling
verzoekdat aan (de kantonrechter) wordt voorgelegd. In dit kader kan er primair niet gesproken worden van een vordering (en) maar van een verzoek daarnaast geldt subsidiair dat de inhoud van het verzoek door partijen in gezamenlijk overleg moet worden opgesteld. Nu dit laatste niet is gebeurd heeft [appellant] het verzoek aangevuld, hem komt dit recht toe zodat er van in strijd handelen met het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering niet gesproken kan worden.”