Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof te
's-Hertogenbosch
[verdachte],
hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2009 tot en met 30 juni 2010 te Meer, in elk geval in België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2009 tot en met 30 juni 2010 te Tilburg en/of Kerkdriel, in elk geval in Nederland en/of Meer (België) in elk geval in België, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, om een feit als bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen
hij op of omstreeks 30 juni 2010 te Tilburg tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 900 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.
g(observatie) en artikel 126
m(opnemen en afluisteren telecommunicatie) van het Wetboek van Strafvordering afgegeven tegen de verdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] voornoemd.
- een beschrijving productieproces;
- In slaapkamer: een zwarte weekendtas met een nog werkende weegschaal;
- Buiten op terras rechts van caravan: 2 lege 1 liter flessen methanol;
- In kast lab ruimte 5 liter jerrycan methanoletiket 20% inhoud amfetamine olie;
- In kast lab ruimte amfetamine in vacuümzak, gewogen 1,85 kg, plus monster;
- Op bed lab ruimte witte speciekuip met restant amfetamine;
- Op bed lab ruimte vacuümmachine merk Henkelman type Mini Jumbo, met restanten amfetamine;
- Onder bed lab ruimte keukenweegschaal Soehne type retro max 5 kg met amfetamine resten;
- Op de kast in lab ruimte doos met doorzichtige plastic zak met cafeïne resten en 1 vacuümzak met resten cafeïne;
- In hoek lab ruimte roerstok met resten amfetamine;
- In lab ruimte op tafeltje 20 cm deksel van een pan met cafeïneresten;
- In lab ruimte op tafeltje halve oranje maatbeker met cafeïneresten;
- In lab ruimte op tafeltje 1 porseleinen soepkom met cafeïneresten;
- In badkamer 5 liter jerrycan amfetamine olie geur;
- In badkamer 5 liter jerrycan amfetamine olie geur;
- In badkamer 5 liter jerrycan methanol restant 10% inhoud;
- In badkamer 5 liter jerrycan methanol leeg;
- In doucheruimte emmer met 3 plastic bakjes en gele spatel;
- In Praxisdoos 1 voor TV in emmer 5 liter jerrycan methanol 15% inhoud;
- In Praxisdoos 1 voor TV weegschaal, merk CAS, model SW-1S;
- In Praxisdoos 2 voor TV 25 liter jerrycan vermoedelijk zwavelzuur met opschrift;
- In Praxisdoos 2 voor TV roestvast stalen garde;
- In Praxisdoos 2 voor TV vacuümzakken;
- In Praxisdoos 2 voor TV doosje PH tester;
- In Praxisdoos 2 voor TV hobbymes geel;
- In kast lab ruimte vacuümzakken maat 30 bij 50;
- In kast lab ruimte hobbymes geel met restant wit poeder;
- Tussen caravan en WC hok 25 liter jerrycan 20% gevuld met heldere vloeistof en monster;
- Tussen caravan en WC hok 25 liter jerrycan 5% inhoud heldere vloeistof met witte kristallen en monster;
- Tussen caravan en WC hok 25 liter jerrycan rose met zwavelzuur 60% inhoud en monster;
- Tussen caravan en WC 10 liter jerrycan rond met tapkraan 60% inhoud mogelijk BMK en monster;
- Tussen caravan en WC hok 10 liter jerrycan 30% inhoud heldere vloeistof mogelijk zeep en monster;
Tomosaangeduide opsporingsonderzoek werd begonnen naar aanleiding van op 28 mei 2010 ontvangen CIE-informatie dat twee met name genoemde personen zouden beschikken over een mobiel laboratorium voor de productie van amfetamine.
mrespectievelijk 126
gvan het Wetboek van Strafvordering. Ten aanzien van het opnemen van telecommunicatie gebeurde dit met machtiging van de rechter-commissaris. Op 22 juni 2010 werd besloten het onderzoek te staken, omdat dit nog geen concreet zicht had opgeleverd op het genoemde mobiele laboratorium en het daarom beter werd geacht om de beschikbare onderzoekscapaciteit voor andere doelen in te zetten. Op bevel van de officier van justitie werd dientengevolge het opnemen van telecommunicatie op diezelfde dag omstreeks 14.15 uur beëindigd. Het onderzoek werd echter in zoverre voortgezet, dat de laatst opgenomen telecommunicatie nog werd verwerkt. Daaruit werd opgemaakt dat alsnog zicht bestond dat op korte termijn een concreet onderzoeksresultaat zou kunnen worden behaald. Dit was voor de officier van justitie aanleiding om, met machtiging van de rechter-commissaris, opnieuw te bevelen dat telecommunicatie zou worden opgenomen. Het opnemen werd diezelfde dag, vanaf ongeveer 17.25 uur, hervat.
glid 7 en 126
mlid 8 jo. 126
llid 6 jo. 126
glid 7 van het Wetboek van Strafvordering (namelijk dat niet langer werd voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor het toepassen van de betreffende dwangmiddelen), deed zich dan ook niet voor. Het besluit tot staking van het onderzoek werd slechts gedeeltelijk uitgevoerd, door beëindiging van het opnemen van telecommunicatie. Voor het overige is het onderzoek in elk geval in zoverre blijven doorlopen, dat men voortging met het verwerken van onderzoeksgegevens, met het kennelijke doel om daaraan, indien nodig, consequenties te verbinden. In zoverre is het slechts bij een voornemen tot staking gebleven. De alsnog verwerkte onderzoeksgegevens waren van dien aard dat – op een moment, gelegen tussen 14.15 en 17.25 uur op 22 juni 2010 – werd besloten om dit voornemen niet verder ten uitvoer te brengen en, integendeel, ook het opnemen van telecommunicatie, nauwelijks drie uur na de beëindiging ervan, te hervatten. In het proces-verbaal wordt dan ook treffend gesproken van een ‘doorstart’.
glid 7 van het Wetboek van Strafvordering zich niet voordeed, ook geen einde behoefde te komen.
gvan het Wetboek van Strafvordering, dan wel door een bevel als bedoeld in artikel 126
mof 126
nvan het Wetboek van Strafvordering (opnemen van communicatie respectievelijk verstrekking van gegevens over een gebruiker van een communicatiedienst)? Het hof beantwoordt ook deze vraag in ontkennende zin. Artikel 126
nbiedt voor deze veronderstelling geen enkel aanknopingspunt.
mwordt weliswaar gesproken van een technisch hulpmiddel, maar daarbij wordt uitsluitend gedoeld op een technisch hulpmiddel waarmee communicatie wordt opgenomen. Dat is hier niet aan de orde. Bij het technische hulpmiddel, waarvan sprake is in artikel 126
glid 3, en dat wordt ingezet ter ondersteuning van stelselmatige observatie, moet blijkens de wetsgeschiedenis in het bijzonder worden gedacht aan peilzenders, peilbakens en camera’s. Anders dan de verdediging meent het hof dat het gebruik van stille sms, in elk geval voor zover dit een beperkte frequentie heeft, de ontvangende telefoon niet tot een peilbaken maakt. De opvatting dat bij technische hulpmiddelen, in de zin van dit voorschrift, alleen moet worden gedacht aan daartoe binnen het justitiële apparaat bestemde technische apparatuur wordt ondersteund door de in artikel 126
eevan het Wetboek van Strafvordering gestelde eis, dat zij moeten voldoen aan bij algemene maatregel van bestuur gestelde regels. Daarvan kan immers bij een willekeurig telefoontoestel geen sprake zijn. Anders dan de verdediging meent het hof dat ook de technische ontwikkeling er niet toe kan leiden dat het begrip ‘technische hulpmiddelen’ wordt uitgebreid tot een heel andere categorie dan kennelijk door de wetgever is beoogd.
eeaanhef en onder a van het Wetboek van Strafvordering. Het gebruik van stille sms kan ook taalkundig niet worden aangemerkt als de inzet van een technisch hulpmiddel, maar moet veeleer worden gezien als een (niet wettelijke geregelde) opsporingsmethode.
mvan het Wetboek van Strafvordering, of op enig moment nadat hij deze machtiging had verleend, op de hoogte had moeten worden gebracht van de inzet van stille sms, zodat hij deze bij zijn oordeelsvorming had kunnen betrekken, is dat een eis die niet in de wet is terug te vinden en ook niet op ongeschreven regels kan worden gebaseerd.
ten laste gelegde feiten
Gelet op het bovenstaande kunnen naar het oordeel van het hof de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen worden
hij in de periode van 1 juni 2010 tot en met 30 juni 2010 te Meer, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine heeft bereid, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
hij in de periode van 1 juni 2010 tot en met 30 juni 2010 te Tilburg en Kerkdriel en Meer (België), tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen voorwerpen en vervoermiddelen en stoffen voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte, en zijn mededaders wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van die delicten;
hij op 30 juni 2010 te Tilburg opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 900 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.