Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
a. (…), of
b. (…)."
(MvT, Kamerstukken II 2002/03, 29026, nr. 3, blz. 4-6.)
(…)
De meest voorkomende situatie zal zijn dat een kwalificerende zelfstandige werkruimte zich bevindt in een eigen woning of huurwoning die dient als hoofdverblijf, doch de werkruimte kan zich ook bevinden in een tweede woning die behoort tot de rendementsgrondslag van box III. De formulering in artikel 3.16 en 3.93 heeft ook betrekking op een tweede of andere woning. Artikel 3.16, twaalfde lid en 3.93, derde lid van de Wet inkomstenbelasting 2001 bepalen dat onder een woning mede wordt verstaan een duurzaam aan een plaats gebonden schip of woonwagen in de zin van artikel 1 van Pro de Woningwet, alsmede de aanhorigheden van een woning, schip of woonwagen.'
(MvT, Kamerstukken II 2002/03, 29026, nr. 3, blz. 9)
5.Beslissing
verklaarthet hoger beroep gegrond;
vernietigtde uitspraak van de Rechtbank, voor wat betreft het gedeelte over de
boetebeschikking;
verklaarthet tegen de uitspraak van de Inspecteur ingestelde beroep gegrond;
vernietigtde uitspraak van de Inspecteur, voor wat betreft het gedeelte over de
boetebeschikking;
- verklaarthet bezwaar van belanghebbende alsnog gegrond;
- handhaaftde opgelegde navorderingsaanslag en beschikking heffingsrente, maar
gelastdat de Staat aan belanghebbende het door deze ter zake van de behandeling van het hoger beroep bij het Hof betaalde griffierecht ten bedrage van € 115 vergoedt;
veroordeeltde Inspecteur in de kosten van het geding bij het Hof aan de zijde van
bepaaltdat de proceskosten van € 472 moeten worden betaald aan de griffier, nu