ECLI:NL:GHSHE:2013:4343
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- W.H.B. den Hartog Jager
- I.B.N. Keizer
- A.P. Zweers-van Vollenhoven
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verdeling medehuur vakantiehuisje en belangenafweging medehuurders
Appellant en geïntimeerde zijn medehuurders van een vakantiehuisje dat zij van hun moeder huurden. Sinds 1999 woont geïntimeerde permanent in het huisje met toestemming van de gemeente, terwijl appellant slechts sporadisch gebruik maakte van het huisje.
Appellant vorderde in eerste aanleg en hoger beroep dat het medehuurderschap zou worden beëindigd of verdeeld, zodat hij het huisje exclusief of periodiek zou kunnen gebruiken. De kantonrechter wees deze vorderingen af, waarbij het woonbelang van geïntimeerde zwaarder werd gewogen dan het belang van appellant.
In hoger beroep wijzigde appellant zijn grondslag en baseerde zijn vordering op artikel 3:169 BW Pro over het gebruik van gemeenschappelijke goederen. Het hof bevestigde dat het huurrecht een beperkte gemeenschap vormt die verdeeld kan worden, maar dat een belangenafweging noodzakelijk is. Het woonbelang van geïntimeerde, die het huisje langdurig en permanent bewoont, weegt zwaarder dan het recreatieve belang van appellant.
Het hof oordeelde dat appellant geen aanspraak kan maken op exclusief gebruik, mede omdat hij geen toestemming heeft voor permanente bewoning en het huisje te klein is voor gezamenlijk gebruik. De vordering van appellant wordt daarom afgewezen en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.
Uitkomst: De vordering tot beëindiging of verdeling van het medehuurderschap wordt afgewezen; het woonbelang van geïntimeerde weegt zwaarder dan het recreatieve belang van appellant.