Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
10.Het verloop van de procedure
- de antwoordmemorie na het tussenarrest van huurder;
- de antwoordmemorie na het tussenarrest van verhuurster.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of een boetebeding in de algemene voorwaarden van een huurovereenkomst tussen een professionele verhuurder en een particuliere huurder onredelijk bezwarend is in de zin van artikel 6:233 onder Pro a BW, mede in het licht van Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten.
Het hof stelde vast dat de huurovereenkomst onder de werkingssfeer van de Richtlijn valt, mede gelet op een prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het hof benadrukte dat bij onredelijk bezwarende bedingen het beding vernietigd moet worden en niet slechts gematigd, conform de Europese jurisprudentie.
Het boetebeding legde een boete van € 125 per dag op bij overtreding van de algemene voorwaarden, wat kon oplopen tot een boete die vele malen hoger was dan de maandhuur. Het hof vond dit disproportioneel, vooral omdat het beding geen differentiatie kende naar ernst van overtreding en geen compenserend voordeel bood aan de huurder.
De verhuurder voerde aan dat het boetebeding noodzakelijk was om onderhuur en daarmee samenhangende criminaliteit tegen te gaan, maar het hof vond dit onvoldoende om het beding te rechtvaardigen. Het hof vernietigde daarom het vonnis van de kantonrechter voor zover het de boete betrof en wees de vordering af. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof vernietigt het boetebeding als onredelijk bezwarend en wijst de gevorderde boete af.