Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
10.Het verloop van de procedure
- de memorie na enquête van 25 juni 2013 met één productie;
- de antwoordmemorie na enquête van 23 juli 2013.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele arbeidsrechtelijke zaak staat de voortzetting van een arbeidsovereenkomst na afloop van het contract centraal. Appellant stelt dat zijn arbeidsovereenkomst na 18 maart 2007 stilzwijgend is voortgezet, terwijl geïntimeerde dit betwist en stelt dat het contract niet is verlengd, maar dat enkel een nieuw tijdelijk contract is aangeboden.
Het hof heeft getuigen gehoord, waaronder de directeur-grootaandeelhouder van de werkgever en meerdere medewerkers. De directeur-grootaandeelhouder verklaarde dat voorafgaand aan 18 maart 2007 is medegedeeld dat het contract niet zou worden verlengd en dat appellant enkel de lopende zaken mocht afmaken. Appellant ontkent dat hierover vóór 18 maart 2007 is gesproken. De overige getuigen baseren hun verklaringen op horen zeggen en kunnen niet bevestigen dat appellant tijdig is geïnformeerd over het niet verlengen.
Het hof weegt de verklaringen en constateert dat onvoldoende feiten en omstandigheden aanwezig zijn om het standpunt van de werkgever te ondersteunen. De aanwezigheid van appellant op kantoor na 18 maart 2007 en het feit dat het dienstverband met terugwerkende kracht per 18 maart 2007 is beëindigd, wijzen op stilzwijgende voortzetting van de arbeidsovereenkomst. De door de werkgever overgelegde concept-contracten zijn niet door appellant ondertekend en bieden geen bewijs van een nieuwe overeenkomst.
Op grond van artikel 7:668 lid 1 BW Pro wordt de arbeidsovereenkomst geacht stilzwijgend voortgezet te zijn tot 18 september 2007. Appellant maakt aanspraak op het overeengekomen salaris, vakantiegeld en bonus over deze periode. Het hof wijst de gevorderde gefixeerde schadevergoeding toe en veroordeelt de werkgever in de proceskosten. Het arrest vernietigt de eerdere vonnissen en verklaart het uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de arbeidsovereenkomst stilzwijgend is voortgezet en wijst een gefixeerde schadevergoeding van €14.770,40 plus rente toe aan appellant.