ECLI:NL:GHSHE:2013:5117
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- L.Th.L.G. Pellis
- R.R.M. de Moor
- G. Feddes
- Rechtspraak.nl
Toepassing hardheidsclausule bij schuldsaneringsregeling na privéproblemen en ontslag
Appellant verzocht om toepassing van de schuldsaneringsregeling vanwege een schuldenlast van €28.440,49, waaronder een schuld aan het CJIB. De rechtbank wees het verzoek af omdat appellant niet te goeder trouw zou zijn geweest bij het ontstaan van de schulden en onvoldoende aannemelijk was dat hij aan de verplichtingen zou voldoen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij niet te goeder trouw was geweest met betrekking tot een reparatierekening en dat hij de CJIB-boetes niet volledig erkende vanwege het ontbreken van verplichte juridische bijstand. Tevens stelde hij dat hij zich zou inspannen om aan zijn verplichtingen te voldoen.
Het hof oordeelde dat appellant niet te goeder trouw was met betrekking tot de CJIB-schuld, maar dat de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Fw Pro ambtshalve toegepast kon worden. Dit vanwege de positieve veranderingen in zijn persoonlijke situatie, waaronder een nieuwe relatie, omgang met zijn kind, het volgen van een cursus omgaan met geld, budgetbeheer, een MBO-diploma en een baan met promotiekansen.
Het hof achtte aannemelijk dat appellant de schuldsaneringsregeling naar behoren zal nakomen en vernietigde het vonnis van de rechtbank. Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling werd alsnog toegewezen, met kennisgeving aan de rechtbank voor benoeming van rechter-commissaris en bewindvoerder.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling alsnog toe met ambtshalve toepassing van de hardheidsclausule.