Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
28.Het verloop van de procedure
29.De verdere beoordeling
in de redeligt, maar dat
niet is uit te sluitendat meer deskundigenonderzoek nodig zal zijn. Het hof heeft uit de opgestelde rapporten afgeleid, dat de klachten van [appellante] serieus en reëel zijn, dat zij onder meer lijdt aan nek- en hoofdpijnklachten welke door het ongeval zijn veroorzaakt. Voor de motivering daarvan verwijst het hof kortheidshalve naar het tussenarrest van 11 oktober 2011. Het hof wijst er nogmaals op dat het enkele feit dat sprake is van substraatloze klachten aan die aanname niet in de weg staat en evenmin aan de conclusie dat de genoemde klachten beperkingen meebrengen. Uit het rapport van Bruins heeft het hof vervolgens afgeleid dat [appellante] cognitief verminderd functioneert. Voor de motivering daarvan verwijst het hof kortheidshalve naar het tussenarrest van 12 februari 2013, rechtsoverwegingen 26.6 en 26.7. Ook hier geldt dat het feit dat Bruins heeft geconcludeerd dat er op haar vakgebied geen cognitieve stoornissen objectiveerbaar zijn, niet aan deze conclusie in de weg staat, nu Bruins immers in haar rapport wel afwijkende prestaties van [appellante] heeft vastgesteld en heeft aangegeven dat haar klachten plausibel zijn. Het hof is vervolgens, alle omstandigheden in aanmerking genomen, tot de conclusie gekomen dat het geen behoefte heeft aan voorlichting door een verzekeringsgeneeskundige en arbeidsdeskundige, nu het hof, op basis van de hiervoor weergegeven conclusies en het feit dat [appellante] door het UWV voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt is verklaard en dat volgens die instantie geen bemiddelbare arbeid meer is te duiden, aanneemt, dat [appellante] als gevolg van het ongeval volledig arbeidsongeschikt is geraakt. Er is immers geen andere oorzaak voor die arbeidsongeschiktheid aan te wijzen dan de klachten en beperkingen die het gevolg zijn van het ongeval. Het hof wijst erop dat het Londons verwijzing naar eerdere psychische/psychiatrische klachten al heeft verworpen (tussenarrest van 11 oktober 2011, r.o. 22.6.3) en dat het hof ook heeft vastgesteld dat de vroegere fibromyalgieklachten geen rol meer spelen (tussenarrest van 11 oktober 2011, r.o. 22.6.1).
“Dit is door het Hof toegewezen onder punt 26.13 voor de daarbij genoemde uren rekening houdend met de geldende eigen bijdrage WMO per jaar thans € 17,20 per maand of zoveel meer als die bijdrage in de komende jaren minder is tot een maximum van drie uren per week. [appellante] vraagt uitdrukkelijk akte dat dit voorbehoud ook in het arrest wordt opgenomen”.London voert verweer tegen de gevorderde schadevergoeding en ook tegen het gevraagde voorbehoud.
30.De uitspraak
en ten aanzien van de conceptrapportage– partijen in de gelegenheid stelt opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit het schriftelijk bericht van de deskundige moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan, terwijl in het bericht tevens melding wordt gemaakt van de inhoud van zodanige opmerkingen en verzoeken;
drie maandennadat door de griffier is bericht dat met het onderzoek kan worden begonnen;
bij brief aan de griffier van dit hofmet afschrift aan de wederpartij (die binnen twee dagen hierop kan reageren bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij)tegen de hoogte van het voorschot bezwaar heeft/hebben gemaakt, in welk geval het hof op het bezwaar/de bezwaren zal beslissen en de hoogte van het voorschot zal bepalen;