Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (nr. 122769/HA ZA 07-843)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
compleet” N. ulnaris letsel “
ten gevolge van een steekwond aan de voorzijde van de bovenarm in juni 2004”. Voorts heeft [appellant] gesteld dat zijn verdienvermogen pas is verminderd na het incident. Dit is niet door [geïntimeerde] betwist. Evenmin is door [geïntimeerde] betwist dat [appellant] vóór het incident werkzaam was als autopoetser. Uit de hiervoor in 4.1.7 en 4.1.8 vermelde gegevens volgt verder dat [appellant] na het incident door een ernstige beperking van de functie van de rechterhand is aangewezen op lichte werkzaamheden. Het hof acht dan ook niet aannemelijk dat sprake is van pre-existente factoren die zelfstandig, dus zonder het incident, de in dit geding door [appellant] gestelde klachten geheel of gedeeltelijk hebben veroorzaakt en hebben geleid tot de schade waarvan in dit geding vergoeding wordt gevorderd. Het hof ziet bij deze stand van zaken geen aanleiding voor een nader deskundigenonderzoek naar de mate waarin eventuele pre-existente factoren aan de gestelde klachten en schade hebben bijgedragen.
a) Het gemiddelde netto-jaarinkomen van [appellant] in de drie jaren direct voorafgaande aan 14 juni 2004, zijnde de datum van het incident