ECLI:NL:GHSHE:2013:5634

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
26 november 2013
Publicatiedatum
26 november 2013
Zaaknummer
HD 200.087.716-01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vonnis over ontoereikende volmacht advocaat in civiele procedure

In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de advocaat van geïntimeerden voldoende volmacht had om namens hen te procederen. Het hof oordeelde dat de advocaat geen toereikende volmacht kon aantonen, ondanks de gelegenheid daartoe. Hierdoor werden de geïntimeerden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen.

De procedure kende een tussenarrest waarin de advocaat van geïntimeerden werd verzocht nadere stukken over te leggen ter bevestiging van zijn volmacht. Het nalaten hiervan leidde tot de conclusie dat de volmacht ontbrak. Het hof verwees naar een eerdere Hoge Raad uitspraak die bevestigt dat advocaten in principe zonder volmacht kunnen procederen, tenzij de tegenpartij de volmacht betwist.

Het hof besloot om de zaak niet terug te verwijzen naar de eerste rechter, omdat een andere uitspraak niet redelijkerwijs mogelijk was. Geïntimeerden werden veroordeeld in de kosten van zowel de eerste aanleg als het hoger beroep, waarbij specifieke bedragen voor salaris gemachtigde, griffierecht en salaris advocaat werden vastgesteld.

Uitkomst: Geïntimeerden werden niet-ontvankelijk verklaard wegens ontoereikende volmacht van hun advocaat en veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.087.716/01
arrest van 26 november 2013
in de zaak van

1.[Crew] Crew Inc.,gevestigd te [vestigingsplaats], Filippijen,

2.
[Shipping] Shipping (PTE) LTD,
gevestigd te [vestigingsplaats], Republiek Singapore,
appellanten,
advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven te 's-Hertogenbosch,
tegen

1.[geintimeerde 1.],wonende te [woonplaats],

2.
[geintimeerde 2.],wonende te [woonplaats],
3.
[geintimeerde 3.],wonende te [woonplaats],
geïntimeerden,
advocaat: mr. A.C. Hansen te Rotterdam,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 19 februari 2013, hersteld bij arrest van 2 april 2013, in het hoger beroep van het door de rechtbank Breda, team kanton Breda onder zaaknummer 628444 CV EXPL 10-8478 gewezen vonnis van 9 februari 2011.

6.Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenarrest van 19 februari 2013 hersteld bij tussenarrest van 2 april 2013;
- de akte na tussenarrest van 7 mei 2013 van [appellanten] c.s. met producties.
Partijen hebben arrest gevraagd.

7.De verdere beoordeling

7.1.
Bij genoemd tussenarrest is aan de advocaat van [geintimeerden] c.s. de gelegenheid gegeven nadere stukken te overleggen waaruit het (nog) bestaan van zijn volmacht blijkt, een en ander als overwogen onder rov. 4.2.3. van dat tussenarrest.
7.2.
Vastgesteld moet worden dat van die gelegenheid geen gebruik is gemaakt, zodat het hof uit dient te gaan van de afwezigheid van toereikende volmachten aan mr. Hansen in deze procedure. Daarmee slaagt de eerste grief van [appellanten] c.s. tegen het beroepen vonnis.
7.3.
Het gevolg van het slagen van de grief is dat het er rechtens voor gehouden moet worden dat mr. Hansen van stond af aan over een ontoereikende volmacht beschikte om namens [geintimeerden] c.s. in rechte op te treden, zodat zij in hun vorderingen niet ontvankelijk moeten worden geacht. Weliswaar kunnen partijen voor de kantonrechter in persoon procederen en is het tweede lid van artikel 80 Rv Pro niet van toepassing op advocaten, maar nu [appellanten] c.s. de geldigheid van de volmacht van mr. Hansen uitdrukkelijk heeft betwist, dient deze regel uitzondering te lijden (HR 26 september 2008, ECLI: NL:HR:2008:BD7592).
7.4.
Om doelmatigheidsredenen zal het hof daarom ook dadelijk in de hoofdzaak uitspraak doen zonder de zaak daartoe terug te wijzen naar de eerste rechter, nu immers een andere uitspraak redelijkerwijs niet mogelijk is. [geintimeerden] c.s. zullen worden veroordeeld in de kosten van de eerste aanleg en het hoger beroep.

8.De uitspraak

Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep,
en doet opnieuw recht:
verklaart [geintimeerden] c.s. niet ontvankelijk in hun vorderingen;
veroordeelt [geintimeerden] c.s. in de kosten van de procedure, voor de eerste aanleg vastgesteld op € 600,- aan salaris gemachtigde en voor het hoger beroep op € 649,-- aan griffierecht en € 2.306,- aan salaris advocaat
Dit arrest is gewezen door mrs. Chr. M. Aarts, M. van Ham en A.A.H. van Hoek en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 26 november 2013.