Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 206495/HA ZA 10-296)
2.Het geding in hoger beroep
[vertegenwoordiger Medion] ) in de procedure gebracht.
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
De voortzettende vennoot is rente verschuldigd vanaf de dag der ontbinding der vennootschap tot en met de dag waarop hij de in artikel 19(hof: betalingsverplichting bij voortzetting)
bedoelde bijdragen voldoet.
Het rentepercentage is gelijk aan het 3 maands euriborpercentage per 31 december van het jaar voorafgaand aan de beëindiging der vennootschap.
(…) dat het bepaalde in deze akte in de plaats komt van hetgeen is neergelegd in de akte van 31 maart 2006.(…)
en, voor het geval vast mocht komen te staan dat partijen zijn overeengekomen dat [Accountants 2] een voor partijen bindende slotbalans diende op te maken, een nietigbepaling dan wel een vernietiging van deze overeenkomst vanwege dwaling dan wel het ontbreken van wilsovereenstemming dan wel vanwege het feit dat gebondenheid aan de rapportage van [Accountants 2] naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
“Naar aanleiding van mijn brief aan u van 8 april 2009 heb ik nog niet van u mogen vernemen. Graag verneem ik nog uw reactie op het voorstel een onafhankelijk accountant in te schakelen.”Het woord “bindend” ontbreekt in deze brief. [Handelsonderneming] Handelsonderneming B.V., die in beginsel helemaal geen accountant wilde inschakelen, omdat [vertegenwoordiger Medion] al berekeningen had gemaakt, heeft slechts ingestemd met het betrekken van een onafhankelijk accountant om het bestaande wantrouwen bij [geïntimeerde] weg te nemen. Er bestond slechts overeenstemming over de opdracht aan [Accountants 2] , zoals geformuleerd in voormelde offerte. Die vermeldt slechts
“dat een onafhankelijke accountant een slotbalans samenstelt die als basis dient om tot een verdeling te komen (…)”. Het rapport van [Accountants 2] is derhalve niet meer dan een “praatstuk”.