Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 108486/HAZA 11-302)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
€ 1.270,60 toegewezen. Voorts heeft de rechtbank in het kader van de hierboven onder b. genoemde vordering het bedrag van € 4.540,97 en het bedrag van € 3.105,66 als door [appellant] niet bestreden toegewezen. In totaal is derhalve in hoofdsom een bedrag van
€ 8.917,23 toegewezen. Dit bedrag is vermeerderd met wettelijke rente vanaf de gevorderde datum van 23 oktober 2009 over het bedrag van € 1.270,60 en vanaf de gevorderde datum van 30 november 2011 over het bedrag van (€ 4.540,97 + € 3.105,66 =) € 7.646,63. De proceskosten heeft de rechtbank tussen partijen gecompenseerd. Het meer of anders gevorderde is afgewezen.
“contant betaald en (…) voorgeschoten ter zake van nog te verlonen salaris van medewerkers”en ten pleidooie als
“uitbetaalde overuren aan diverse schilders”heeft geduid. De door [appellant] gestelde verrekening zal daarom als onvoldoende gemotiveerd worden gepasseerd. Nu [eigenaar Schilderwerken 1.] B.V. de betaling van € 1.945,81 niet heeft betwist, zal ter zake van de posten c., f. en h. nog een bedrag van (€ 2.459,- + € 276,- – € 1.945,81 =) € 789,19 worden toegewezen. Het hof overweegt hierbij dat onduidelijk is of [eigenaar Schilderwerken 1.] B.V. in hoger beroep heeft beoogd de beslissing van de rechtbank ten aanzien van het onder f. genoemde bedrag van € 1.000,- aan te vechten, nu dit niet eenduidig uit de stukken blijkt. Dit kan in het midden blijven, nu [appellant] de verschuldigdheid van dit bedrag heeft erkend en dit bedrag in bovenstaande berekening is opgenomen.
“Voor het afgesloten Homesafety contract factureren wij u de kosten voor installatie van de apparatuur die bij vooruitbetaling moeten worden voldaan.”. De stelling van [eigenaar Schilderwerken 1.] B.V. dat [appellant] de alarminstallatie pas na het sluiten van de koopovereenkomst heeft aangeschaft is in het licht van deze factuur zonder nadere toelichting, die ontbreekt, onbegrijpelijk en wordt daarom gepasseerd. Het hof oordeelt de overnameprijs van € 1.000,- overigens alleszins redelijk.
“wijst af het meer of anders gevorderde”.
– in het kader van de derde grief in incidenteel appel – beoordelen.
€ 35.000,- gebaseerd was op gemiddeld drie werkdagen per week en dat voorts was afgesproken dat voor eventuele meeruren een pro rato verhoging van het salaris plaatsvond. Vervolgens heeft [belastingadviseur] geschreven dat [appellant] op grond van deze afspraken nog over 2008 € 11.667,- (bruto) dient te krijgen
“op basis van extra betaling (2 dagen per week) gedurende het eerste half jaar”. [eigenaar Schilderwerken 1.] B.V. is niet ingegaan op dit verweer en heeft het daarmee onvoldoende weersproken. Het door [eigenaar Schilderwerken 1.] B.V. gevorderde bedrag aan te veel opgenomen salaris komt daarom niet voor toewijzing in aanmerking, waarmee de derde grief faalt.
€ 3.105,66 =] € 7.646,63 – € 789,19 = € 6.857,44 te veel is toegewezen door de rechtbank. Om proceseconomische redenen zal het gehele vonnis worden vernietigd en aan [eigenaar Schilderwerken 1.] B.V. een bedrag van (€ 1.270,60 + € 789,19 =) € 2.059,79 worden toegewezen. [eigenaar Schilderwerken 1.] B.V. heeft niets gesteld op grond waarvan wettelijke handelsrente dient te worden toegekend. Het hof zal daarom evenals de rechtbank de gewone wettelijke rente toewijzen over het bedrag van € 1.270,60 vanaf 23 oktober 2009 conform het niet op dit punt ter discussie gestelde bestreden vonnis en over het bedrag van € 789,19 vanaf 30 november 2011 conform het onweersproken petitum in incidenteel appel.
5.De uitspraak
griffierecht) en € 1.896,- aan advocaatkosten