ECLI:NL:GHSHE:2013:BY8167
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- C.M. Aarts
- R.R.M. de Moor
- A.E. Bos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens kennelijk onredelijke opzegging arbeidsovereenkomst bij Tyco Valves & Controls B.V.
De zaak betreft het hoger beroep van [appellant] tegen Tyco Valves & Controls B.V. wegens kennelijk onredelijke opzegging van zijn arbeidsovereenkomst. [appellant] was sinds 1965 in dienst bij een rechtsvoorganger van Tyco en werkte sinds 2001 bij Tyco. Tyco beëindigde de arbeidsovereenkomst in 2009 vanwege bedrijfseconomische redenen met een vergoeding van € 60.811,02 bruto.
[appellant] stelde dat de opzegging onregelmatig en kennelijk onredelijk was, omdat de opzegtermijn te kort was, de ontslaggrond vals was en hij onvoldoende was herplaatst. Hij vorderde een hogere schadevergoeding en vergoeding van juridische kosten. De kantonrechter wees deze vorderingen af, maar het hof stelde vast dat de ontslagreden gegrond was en dat Tyco onvoldoende inspanningen had verricht voor herplaatsing, maar dat de vergoeding aanvankelijk voldoende leek.
Het hof oordeelde echter dat Tyco onvoldoende rekening had gehouden met de gevolgen van het ontslag voor [appellant], met name de noodzaak van vroegpensioen en het verlies van pensioenopbouw. De aftrek van de bonus voor beëindiging met wederzijds goedvinden was onredelijk. Daarom was sprake van een kennelijk onredelijke opzegging en werd Tyco veroordeeld tot een aanvullende vergoeding van € 4.333,45 bruto plus wettelijke rente.
De overige vorderingen werden afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd. Het hoger beroep werd deels gegrond verklaard en het vonnis van de kantonrechter vernietigd voor zover het het kennelijk onredelijke opzegging betrof.
Uitkomst: Tyco is veroordeeld tot aanvullende schadevergoeding wegens kennelijk onredelijke opzegging van de arbeidsovereenkomst.