ECLI:NL:GHSHE:2013:BY9448
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- A.P. Zweers - van Vollenhoven
- R.R.M. de Moor
- J.Ch. Koster - Vaags
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over agentuurovereenkomst en onregelmatige opzegging met vergoeding en provisie
In deze zaak staat een agentuurovereenkomst tussen [appellant] en [Handelsnaam A.] BV centraal, waarbij [appellant] de Britse en Ierse markt bewerkte voor betonplaten. Er was geen schriftelijke ondertekende overeenkomst, maar wel diverse voorstellen en correspondentie over vergoedingen en provisies.
De kern van het geschil betreft de vaste vergoeding, provisiebetalingen, en de opzegging van de overeenkomst eind 2009. [Handelsnaam A.] BV stelde dat de vaste vergoeding vanaf 1 januari 2007 tot 1 juli 2007 een voorschot was op provisie, terwijl [appellant] dit betwistte. Het hof oordeelde dat onvoldoende bewijs was geleverd voor een voorschottenregeling en dat de vaste vergoeding tot juni 2007 verschuldigd bleef.
Voor de periode vanaf 1 juli 2007 tot 1 augustus 2008 werd vastgesteld dat [appellant] stilzwijgend instemde met gewijzigde voorwaarden, waaronder betaling op basis van een provisiestaffel. Over de periode daarna tot 1 januari 2010 was het geschil vooral over de vraag of provisie afhankelijk was van daadwerkelijke levering, waarbij het hof oordeelde dat een ondubbelzinnig beding daarvoor ontbrak.
De opzegging van de agentuurovereenkomst werd onregelmatig geacht, waardoor [appellant] recht had op een schadeloosstelling conform artikel 7:441 BW Pro. Het hof bepaalde de vergoeding op € 17.193,75 plus wettelijke rente vanaf 1 januari 2010. De overige vorderingen werden afgewezen en het vonnis van de kantonrechter werd deels onder verbeterde gronden bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof veroordeelt [Handelsnaam A.] BV tot betaling van € 17.193,75 plus wettelijke rente wegens onregelmatige opzegging en bekrachtigt het vonnis deels onder verbetering van gronden.