ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ0317
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- N.J.M. van Etten
- M.J. van Laarhoven
- A.R. Autar
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen zuivere tussenbeschikking in civiele procedure
In deze civiele procedure heeft de appellant hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank die een zuivere tussenbeschikking betrof. De appellant stelde dat de rechtbank toestemming had gegeven voor tussentijds hoger beroep, mede gebaseerd op een mededeling op de laatste pagina van de beschikking. Het hof oordeelde echter dat alleen de rechter kan bepalen dat tussentijds hoger beroep openstaat en dat deze mededeling niet als een rechterlijke beslissing kon worden beschouwd.
De rechtbank had in het dictum van de beschikking geen definitieve beslissing genomen die een einde maakte aan het verzoek, waardoor het een zuivere tussenbeschikking betrof. Volgens artikel 358 lid 4 Rv Pro is tegen een zuivere tussenbeschikking geen tussentijds hoger beroep mogelijk, tenzij de rechtbank anders beslist. Het hof constateerde dat van een dergelijke toestemming geen sprake was.
De vrouw, verweerster in het geding, was niet verschenen bij de mondelinge behandeling in hoger beroep. Het hof nam kennis van het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg en concludeerde dat de appellant niet-ontvankelijk was in zijn hoger beroep. De uitspraak werd gedaan door drie rechters en in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2013.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de zuivere tussenbeschikking.