ECLI:NL:HR:2002:AE4041
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- D.H. Beukenhorst
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep tegen beschikking omgangsregeling en status tussenbeschikking
De zaak betreft een verzoek van de man tot het vaststellen van een omgangsregeling met zijn minderjarige kinderen uit zijn relatie met de vrouw. De rechtbank stelde een voorlopige omgangsregeling vast en verzocht de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te doen en advies uit te brengen. Het hof vernietigde de voorlopige regeling en stelde een andere omgangsregeling onder toezicht van de raad vast.
Na het rapport van de raad bepaalde de rechtbank dat drie begeleide proefcontacten moesten plaatsvinden en verklaarde deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De vrouw stelde hiertegen hoger beroep in, maar het hof verklaarde haar niet-ontvankelijk omdat het een tussenbeschikking betrof waartegen geen hoger beroep mogelijk is.
De vrouw stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat de beschikking een tussenbeschikking is en dat de mededeling van de griffier dat hoger beroep mogelijk zou zijn, geen rechterlijke beslissing is. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep van de vrouw stand hield.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de beschikking een tussenbeschikking is en verklaart het hoger beroep van de vrouw niet-ontvankelijk.