ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ1594
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Opheffing executoriaal beslag wegens verjaring vordering dwangsommen en terugbetaling onterecht geïncasseerde bedragen
In deze zaak staat centraal de opheffing van executoriaal beslag dat appellant heeft gelegd wegens verbeurde dwangsommen, en de terugbetaling van bedragen die geïntimeerde ten onrechte heeft geïncasseerd. Partijen waren gehuwd en hebben twee minderjarige kinderen. Na echtscheiding is een omgangsregeling en alimentatie vastgesteld. Geïntimeerde staakte haar medewerking aan de omgangsregeling wegens vermoedens van seksueel misbruik door appellant, waarop dwangsommen werden opgelegd.
Appellant legde executoriaal beslag op de woning en uitkering van geïntimeerde en verrekende de dwangsommen met partneralimentatie. Later legde geïntimeerde beslag op achterstallige alimentatie, waarna appellant wederom beslag legde voor dwangsommen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de vordering tot betaling van dwangsommen was verjaard en wees de vorderingen van appellant af.
Het hof oordeelt dat de verjaringstermijn van zes maanden voor de dwangsomvordering is overschreden, waardoor het beslag opgeheven moet worden. Echter, de eenmaal verkregen verrekeningsbevoegdheid blijft bestaan, zodat geïntimeerde het bedrag van € 25.716,20 onterecht heeft geïncasseerd en dit aan appellant moet terugbetalen met wettelijke rente. De proceskosten worden gecompenseerd en het overige vonnis bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof veroordeelt geïntimeerde tot terugbetaling van € 25.716,20 met rente en heft het executoriaal beslag op wegens verjaring van de dwangsomvordering.