ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ1827
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.M. Brandenburg
- B.A. Meulenbroek
- J.Th. Begheyn
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over nietigheid en tekortkomingen franchiseovereenkomst Setpoint en afwikkeling
In deze civiele zaak staat de franchiseovereenkomst tussen [appellanten] en Setpoint centraal. [appellanten] vordert onder meer vernietiging van de overeenkomst wegens strijd met mededingingsrecht, toerekenbare tekortkomingen van Setpoint, en schadevergoeding. Setpoint bestrijdt deze vorderingen en stelt onder meer dat de overeenkomst rechtsgeldig is en dat zij haar verplichtingen is nagekomen.
De rechtbank Breda wees het vonnis waarbij de meeste vorderingen van [appellanten] werden afgewezen en bepaalde de waarde van de voorraad op € 84.000. Het hof herhaalt en verduidelijkt de feiten, waaronder de franchiseovereenkomst van 2004 met stilzwijgende verlenging in 2006, de wijziging van het merkenbeleid vanaf 2006, en de leveringstop in 2007.
Het hof bespreekt uitgebreid de mededingingsrechtelijke aspecten van artikel 9.7 van de franchiseovereenkomst. Het oordeelt dat de eerste zin geen mededingingsbeperkende strekking heeft, maar de tweede zin wel, hoewel niet bewezen is dat deze merkbaar was. Het hof wijst op de noodzaak van bewijslevering door [appellanten] en benoemt een deskundigenbericht om de markt en merkbaarheid te onderzoeken.
Verder behandelt het hof de grieven over toerekenbare tekortkomingen, waaronder het voorraadbeleid, marketingactiviteiten en leveringstop. Het oordeelt dat Setpoint haar beleidswijzigingen mocht doorvoeren en dat onvoldoende is aangetoond dat zij tekort is geschoten, behalve dat bewijs over voorraadleveringen en schade nog moet worden geleverd. Ook wordt de goodwill besproken, waarbij het hof voorlopig aanneemt dat [appellanten] recht heeft op een goodwilluitkering en een contra-expertise toestaat.
Het hof wijst een comparitie en benoeming van een raadsheer-commissaris aan om verdere bewijsopdrachten en mogelijke minnelijke regeling te bespreken. Het arrest bevat diverse aanwijzingen voor bewijslevering en aanhouding van verdere beslissingen.
Uitkomst: Het hof wijst bewijsopdrachten toe, houdt de zaak aan voor comparitie en benoemt een raadsheer-commissaris voor verdere procedurele afwikkeling.