ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ1943
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- W.Th.M. Raab
- J.H.J.M. Mertens-Steeghs
- O.G.H. Milar
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vader in hoger beroep inzake kinderalimentatiebijdrage
In deze zaak staat de ontvankelijkheid van het hoger beroep van de vader centraal, die zich verzet tegen een beschikking van de rechtbank Breda waarin hij werd verplicht een maandelijkse bijdrage van €500 te betalen voor de verzorging van zijn kind.
De moeder had het verzoekschrift ingediend en dit naar het oude adres van de vader gestuurd. Hoewel de vader op de hoogte was van de procedure en zijn adreswijziging niet had doorgegeven, ontving hij de beschikking op het oude adres. De beroepstermijn van drie maanden ging daarmee in op de datum van verzending, 10 mei 2012.
De vader diende zijn beroepschrift pas op 3 september 2012 in, ruim na het verstrijken van de termijn. Het hof oordeelde dat dit voor zijn rekening en risico kwam, aangezien hij voldoende gelegenheid had om tijdig beroep in te stellen. Ook het feit dat hij binnen de beroepstermijn brieven ontving die wezen op de beschikking, versterkte dit oordeel.
Daarom verklaarde het hof de vader niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2013.
Uitkomst: De vader is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn.