ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ2741
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- L.Th.L.G. Pellis
- E.A.G.M. Waaijers
- G. Feddes
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen beschikking conservatoir derdenbeslag
Appellant verzocht de voorzieningenrechter van de rechtbank Maastricht om verlof tot het leggen van conservatoir derdenbeslag op de gelden van geïntimeerde onder de Raad voor Rechtsbijstand. De voorzieningenrechter verleende dit verlof echter slechts voor een bedrag van € 5.000,- inclusief rente en kosten, terwijl appellant een hoger bedrag van ruim € 40.909,- exclusief rente en kosten had gevorderd.
Appellant kwam hiertegen in hoger beroep bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, stellende dat de voorlopige begroting van de vordering hoger moest worden vastgesteld. Geïntimeerde voerde primair aan dat tegen de beschikking van de voorzieningenrechter ex artikel 700 lid 2 Rv Pro geen hoger beroep mogelijk is, waardoor appellant niet-ontvankelijk zou zijn.
Het hof oordeelde dat artikel 700 lid 2 Rv Pro inderdaad een appelverbod inhoudt tegen het verleende beslagverlof en dat dit appelverbod ook geldt voor de voorlopige begroting van de vordering waarvoor het beslag is gelegd. De voorlopige begroting heeft immers nauwelijks een zelfstandige functie en is slechts indicatief voor het bedrag waarvoor zekerheid kan worden gesteld. Het hof wees verder op jurisprudentie en parlementaire geschiedenis die een beperkte uitleg van het appelverbod niet ondersteunen.
Daarom verklaarde het hof appellant niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Tevens werd opgemerkt dat voor opheffing van het beslag de weg van artikel 705 Rv Pro openstaat en dat het incidenteel appel van geïntimeerde eveneens niet-ontvankelijk was, mede vanwege het ontbreken van beëdigde vertalingen van producties. Elke partij draagt zijn eigen kosten.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de beschikking tot het leggen van conservatoir derdenbeslag.