ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ4338
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.J.M. Bongaarts
- G.J. van Muijen
- W.E.M. van Nispen tot Sevenaer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake overdrachtsbelastingvrijstelling bij inbreng onderneming in BV
Belanghebbende bracht in 2007 een onderneming met onroerende zaken ruisend in een BV in en deed een beroep op de overdrachtsbelastingvrijstelling van artikel 15 WBR Pro. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag met boete en rente op wegens overschrijding van het crediteringsmaximum in artikel 5 UVBR Pro. Zowel de Rechtbank als het Hof bevestigden dat de vrijstelling vervalt bij overschrijding van het crediteringsmaximum en dat rectificatie niet tijdig heeft plaatsgevonden.
Belanghebbende stelde dat de schuld feitelijk als agio fungeerde en dat rectificatie mogelijk had moeten zijn. Tevens voerde zij aan dat artikel 5 UVBR Pro onverbindend zou zijn, een standpunt dat het Hof als pleitbaar aanmerkte. Het beroep op teruggave op grond van dwaling (artikel 19 WBR Pro) werd als prematuur afgewezen omdat daarvoor een aparte procedure vereist is.
Het Hof vernietigde de boetebeschikking omdat het standpunt van belanghebbende pleitbaar was en veroordeelde de Staat tot vergoeding van griffierechten en proceskosten. De uitspraak van de Rechtbank werd verder bevestigd. Tegen deze uitspraak staat cassatie open.
Uitkomst: Het hoger beroep is deels gegrond verklaard, de boetebeschikking vernietigd en de overige aanslag bevestigd.