ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ6125
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- G.J. van Muijen
- P. Fortuin
- W.E.M. van Nispen tot Sevenaer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging belastingheffing woning in box 3 ondanks verblijf eigenaar in psychiatrische instelling
Belanghebbende, eigenaar van een woning die zij niet zelf bewoont vanwege opname in een psychiatrische instelling, betwist dat haar woning in box 3 moet worden belast. Zij stelt dat de eigenwoningregeling van toepassing moet zijn en dat de belastingheffing in strijd is met het gelijkheids-, draagkracht- en evenredigheidsbeginsel, mede op grond van artikel 26 IVBPR Pro en artikel 14 EVRM Pro in samenhang met artikel 1 bij Pro het Eerste Protocol EVRM.
De Inspecteur stelt dat de woning belanghebbende in belangrijke mate ter beschikking staat omdat haar zoon erin woont en dat daarom de woning als inkomen uit sparen en beleggen moet worden belast. De Rechtbank heeft dit standpunt bevestigd en overwogen dat de wetgever binnen de ruime beoordelingsvrijheid ('wide margin of appreciation') blijft bij het maken van onderscheid tussen woningen die wel of niet als hoofdverblijf dienen.
Het Hof sluit zich aan bij de Rechtbank en wijst het beroep af. Het oordeelt dat het gelijkheidsbeginsel en de verdragsbepalingen niet worden geschonden, dat het draagkrachtbeginsel niet rechtstreeks toetsbaar is door de rechter, en dat het ontbreken van een overgangsregeling voor hypotheekrenteaftrek in deze situatie geen individuele buitensporige last oplevert. Ook de waarde van de woning is juist vastgesteld aan de hand van de WOZ-waarde. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de woning wordt terecht in box 3 belast.