ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ6729
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verjaring arbeidsongeschiktheidsuitkering en verzekeringsovereenkomst
Appellant sloot in 1995 een arbeidsongeschiktheidsverzekering af bij De Amersfoortse. Na arbeidsongeschiktheid en faillissement van zijn onderneming ontstond discussie over de voortzetting van de verzekering en de uitkering.
De verzekeraar beëindigde de polis per 23 april 2009 wegens wanbetaling, maar erkende een uitkering tot die datum. Appellant maakte aanspraak op voortzetting van de uitkering, maar De Amersfoortse wees dit af en stelde dat de vordering was verjaard op grond van artikel 7:942 (oud) BW.
De rechtbank wees de vordering af wegens verjaring. In hoger beroep betoogde appellant dat de verjaring onredelijk was en dat hij door dwaling niet juist op de hoogte was van de verjaringstermijnen. Het hof oordeelde dat de verjaring correct was toegepast, dat de stuitingstermijnen juist waren gehanteerd en dat geen reden was om af te wijken van de verjaring op grond van redelijkheid en billijkheid.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellant in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering tot arbeidsongeschiktheidsuitkering is verjaard en het hoger beroep wordt afgewezen.