ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ9684
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- W.Th.M. Raab
- E.F.G.M. Gelderman
- E.L. Schaafsma-Beversluis
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter en gezagsregeling over kinderen met dubbele nationaliteit
Partijen hadden een affectieve relatie van 2007 tot 2012 waaruit twee kinderen zijn geboren met zowel de Nederlandse als Israëlische nationaliteit. De moeder woont sinds juni 2011 met de kinderen in Israël, terwijl de vader in Nederland verblijft. De moeder betwistte de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en het toepasselijke recht, stellende dat de gewone verblijfplaats van de kinderen in Israël is en Israëlisch recht van toepassing is.
De rechtbank had de Nederlandse rechter bevoegd verklaard en het gezamenlijk gezag over beide kinderen toegewezen. De moeder verzocht in hoger beroep om vernietiging van deze beschikking, primair vanwege onbevoegdheid en subsidiair om haar alleen met het gezag te belasten. Het hof oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van de gewone verblijfplaats van de kinderen op het moment van het verzoek, en dat Nederlands recht van toepassing is volgens het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996.
Het hof overnam de beoordeling van de rechtbank dat het in het belang van de kinderen is dat het gezag gezamenlijk wordt uitgeoefend. Het verzoek van de moeder om eenhoofdig gezag over één kind werd afgewezen. De beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd en het meer of anders verzochte werd afgewezen.
Uitkomst: De Nederlandse rechter is bevoegd en het gezamenlijk gezag over beide kinderen wordt bekrachtigd.