ECLI:NL:GHSHE:2013:CA1871
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis lijfsdwang bij niet-nakoming alimentatieverplichtingen
Partijen zijn in 1992 gehuwd en hebben een zoon. Na echtscheiding is de man verplicht gesteld alimentatie te betalen aan de vrouw. De vrouw vorderde bij de voorzieningenrechter tenuitvoerlegging van deze alimentatiebeschikkingen bij lijfsdwang wegens achterstallige betalingen. De man stelde dat een finale afkoopovereenkomst bestond en dat hij niet in staat was te betalen, maar kon dit niet aantonen.
De voorzieningenrechter verleende verlof tot lijfsdwang, wat leidde tot gijzeling van de man. De man stelde meerdere grieven in hoger beroep, waaronder het ontbreken van betalingsverplichtingen, onvoldoende bewijs, onrechtmatigheid van lijfsdwang en schending van zijn persoonlijke vrijheid. Het hof verwierp deze grieven omdat geen finale afkoopovereenkomst was aangetoond, de vrouw voldoende verhaalsmogelijkheden had onderzocht, en de man onwillig was te betalen.
Het hof overwoog dat lijfsdwang in civielrechtelijke context is toegestaan mits aan wettelijke voorwaarden is voldaan en dat het belang van de schuldeiser zwaarder weegt dan het belang van de man bij zijn vrijheid. De man werd veroordeeld in de proceskosten en het vonnis van de voorzieningenrechter werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat lijfsdwang mag worden toegepast wegens niet-nakoming van alimentatieverplichtingen en veroordeelt de man in de proceskosten.