ECLI:NL:GHSHE:2013:CA3467
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na harddrugsdealen op basis van kasopstelling
In deze zaak bevestigt het Gerechtshof 's-Hertogenbosch de beslissing van de rechtbank Middelburg tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van €12.037,00. De veroordeelde werd onherroepelijk veroordeeld voor het handelen in harddrugs, waarbij het hof het verweer verwierp dat hij slechts als chauffeur optrad en geen voordeel genoot.
Het hof baseerde de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel op een kasopstelling, opgesteld door een financieel rechercheur, waarbij beginsaldo, legale contante ontvangsten, contante uitgaven en eindsaldo contant geld werden betrokken. De verdediging betwistte de methode en de hoogte van het beginsaldo, maar het hof oordeelde dat de methode toelaatbaar is en de verdediging onvoldoende aannemelijk maakte dat de berekening onjuist was.
Bij de vaststelling van de contante uitgaven werden bedragen voor sieraden, een Mercedes en grond in Marokko buiten beschouwing gelaten waar de veroordeelde vrijgesproken was van witwassen. De grond in Marokko werd wel volledig aan de veroordeelde toegerekend, ondanks het verweer dat de broer mede betaalde. Het hof concludeerde dat het verschil tussen de contante ontvangsten en uitgaven het wederrechtelijk verkregen voordeel vormt.
De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. Het hof bevestigt de betalingsverplichting van de veroordeelde aan de Staat en verwierp het hoger beroep tegen deze maatregel.
Uitkomst: Het hof bevestigt de ontnemingsmaatregel en legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van €12.037 aan de Staat.