Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte],
- Poging tot doodslag, althans poging tot zware mishandeling;
- Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B/C van de Opiumwet gegeven verbod;
- Poging tot afpersing;
- door de politie gemaakte foto’s van het letsel van aangever (dossierpag. 216-221);
- de verklaring van de forensisch geneeskundige F. Horsting d.d. 28 augustus 2012 met betrekking tot het geanalyseerde letsel bij aangever (dossierpag. 261-264), alsmede zijn aanvullende verklaring bij de rechter-commissaris d.d. 13 mei 2013;
- het proces-verbaal van bevindingen m.b.t. onderzoek bedrijfspand [adres bedrijf] (dossierpag. 354-355), proces-verbaal Sporenonderzoek d.d. 4 september 2012 (dossierpag. 603-608) en het rapport van DNanalysis d.d. 1 november 2012 (dossierpag. 853-860);
- het proces-verbaal Sporenonderzoek (dossierpag. 861-863) met bijlagen;
- het proces-verbaal van bevindingen m.b.t. aantreffen electr. nietmachine te [adres 1] d.d. 6 september 2012 (dossierpag. 373-374)
- het proces-verbaal Sporenonderzoek d.d. 13 september 2012 (dossierpag. 790-794);
- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 november 2012, waarin een beschrijving wordt gegeven van de in de woning van verdachte aangetroffen film- en fotobestanden (dossierpag. 443-448);
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van verbalisant H.T.T. van Boxtel bij de raadsheer-commissaris d.d. 6 januari 2014, waarin de getuige Van Boxtel de eerder gedane positieve herkenning van verdachte op videobeelden, als zijnde de persoon die aangever met een plank tegen het blote achterwerk slaat, heeft bevestigd.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
7 (zeven) jaren.
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
teruggaveaan verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
€ 10.000,00 (tienduizend euro) ter zake van immateriële schadeen veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededader, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 10.000,00 (tienduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade,bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
85 (vijfentachtig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.