Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van de overige middelen
4.Slotsom
5.Beslissing
15 december 2015.
Hoge Raad
De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. De Advocaat-Generaal adviseerde vernietiging van het arrest, maar alleen wat betreft de duur van de opgelegde straf, met vermindering naar de gebruikelijke maatstaf.
De Hoge Raad oordeelde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM was overschreden doordat de stukken te laat door het hof waren ingezonden en de uitspraak in cassatie meer dan zestien maanden na het instellen van het cassatieberoep plaatsvond. Dit leidde tot een strafvermindering.
De overige middelen tot cassatie werden verworpen omdat zij geen aanleiding gaven tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend voor de strafduur en stelde deze vast op zes jaar en acht maanden gevangenisstraf.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van zeven jaren naar zes jaren en acht maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.