ECLI:NL:GHSHE:2014:1150

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
22 april 2014
Publicatiedatum
22 april 2014
Zaaknummer
HD 200.121.144-01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Chr. M. Aarts
  • M.J.H.A. Venner-Lijten
  • C.E.C.J. Ponsioen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 Arbeidsovereenkomst statutair directeurArt. 12 Arbeidsovereenkomst statutair directeurEEX-Verordening artikel 2EEX-Verordening artikel 5 lid 1EEX-Verordening artikelen 20 en 21
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep over schending geheimhoudingsbeding door statutair directeur

In deze civiele arbeidsrechtelijke zaak vordert New Dynamic Software N.V. (NDS) betaling van een boete wegens vermeende schending van een geheimhoudingsbeding door haar voormalig statutair directeur en aandeelhouder. De arbeidsovereenkomst bevatte een geheimhoudingsbeding met een boetebeding van €15.000 bij overtreding.

De bestuurder werd in februari 2010 met onmiddellijke ingang ontslagen en gesommeerd de boete te betalen, wat hij weigerde. NDS stelde dat hij vertrouwelijke informatie zou hebben doorgespeeld aan derden, maar leverde geen concrete feiten of bewijs over de aard, wijze of ontvangers van die informatie. De rechtbank wees de vordering af wegens onvoldoende onderbouwing.

In hoger beroep handhaafde het hof dit oordeel. Het hof oordeelde dat NDS niet voldoende had geconcretiseerd welke specifieke feiten de schending van het geheimhoudingsbeding zouden onderbouwen. Ook het beroep op forumkeuze en toepasselijk Belgisch recht faalde wegens niet-tijdigheid en toepasselijke Europese regelgeving. Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde NDS in de proceskosten.

Uitkomst: Het hof wijst de vordering van NDS tot betaling van de boete wegens schending van het geheimhoudingsbeding af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.121.144/01
arrest van 22 april 2014
in de zaak van
De vennootschap naar Belgisch recht New Dynamic Software N.V.,
voorheen gevestigd te [vestigingsplaats 1] (België), thans te [vestigingsplaats 2] (België),
appellante,
advocaat: mr. A.J.J. Kreutzkamp te Valkenburg aan de Geul,
tegen
[de man],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
advocaat: mr. P. van Zwijndregt te Veghel,
op het bij exploot van dagvaarding van 9 januari 2013 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank ’s-Hertogenbosch, thans rechtbank Oost-Brabant, locatie ’s-Hertogenbosch, gewezen vonnis van 10 oktober 2012 tussen appellante – NDS – als eiseres en geïntimeerde – [geïntimeerde] – als gedaagde.

1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 226933/HA ZA 11-389)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis en de tussenvonnissen van 13 juli 2011 en 27 juli 2011.

2.Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties.
Partijen hebben arrest gevraagd. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3.De gronden van het hoger beroep

Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven.

4.De beoordeling

4.1.
Het gaat in deze zaak om het volgende.
4.1.1.
[geïntimeerde] was bestuurder/statutair directeur tevens aandeelhouder van NDS. Hij heeft uit dien hoofde werkzaamheden voor NDS verricht.
4.1.2.
NDS heeft in kopie overgelegd het document “Arbeidsovereenkomst statutair directeur”. Het document vermeldt partijen als ondergetekenden en is voorzien van handtekeningen en parafen. In artikel 11 van Pro dit document is bepaald (hierna ook: het geheimhoudingsbeding):
“Geheimhouding
Het is aan werknemer verboden, hetzij gedurende de dienstbetrekking, hetzij na beëindiging daarvan gedurende de tijd van twee jaar, op enigerlei wijze aan derden direct of indirect, in welk vorm dan ook en in welker voege ook, enige mededeling te doen van of aangaande enige bijzonderheden werkgevers zaak betreffende of daarmee verband houdende, op straffe van verbeurte aan werkgeefster van een dadelijk en ineens zonder sommatie of in gebrekestelling opeisbare boete van € 15.000,00, onverminderd zijn gehoudenheid tot betaling aan werkgever van een volledige schadevergoeding te dezer zake, indien dit meer dan gemeld boetebedrag mocht belopen; overtreding zal voor werkgever een dringende reden vormen tot ontslag op staande voet.”
In artikel 12 staat Pro voorts dat het Belgische recht op deze arbeidsovereenkomst van toepassing is en dat de rechter van de rechtbank waar de zetel van NDS is gevestigd, bevoegd is om geschillen uit hoofde van deze arbeidsovereenkomst te beslechten.
4.1.3.
In de bijzondere bestuursvergadering van NDS van 12 februari 2010 is besloten om [geïntimeerde] met onmiddellijke ingang als bestuurder/statutair directeur te ontslaan. Bij brieven van NDS aan [geïntimeerde] van 28 februari 2010 is [geïntimeerde] hiervan in kennis gesteld. [geïntimeerde] is in een van deze brieven, met verwijzing naar bedoeld artikel 11, gesommeerd de boete van € 15.000,-- aan NDS te betalen. [geïntimeerde] heeft hieraan geen gevolg gegeven.
4.2.1.
NDS vordert veroordeling van [geïntimeerde] tot betaling van bedoeld bedrag van
€ 15.000,-- op grond van schending van het geheimhoudingsbeding van artikel 11.
4.2.2.
[geïntimeerde] heeft de rechtsmacht van de Nederlandse rechter betwist. [geïntimeerde] heeft voorts ontkend dat tussen partijen sprake is van een arbeidsovereenkomst, in welk verband hij de authenticiteit van de namens hem geplaatste handtekening op het door NDS overgelegde document heeft betwist. Volgens [geïntimeerde] is hij werkzaam geweest op grond van een overeenkomst van opdracht, te weten een managementovereenkomst. Voor zover in rechte wordt aangenomen dat wel sprake is van een arbeidsovereenkomst, heeft [geïntimeerde] (subsidiair) gesteld dat ingevolge artikel 12 de Pro Belgische rechter bevoegd is en dat Belgisch recht van toepassing is en heeft hij betwist dat hij het geheimhoudingsbeding heeft geschonden.
4.2.3.
De rechtbank heeft de vordering van NDS afgewezen en NDS veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank oordeelde dat NDS onvoldoende concrete feiten en omstandigheden heeft aangevoerd die tot de conclusie kunnen leiden dat het geheimhoudingsbeding is geschonden (r.o. 4.6-4.10).
4.3.
NDS keert zich in hoger beroep met één grief en onder overlegging van zes producties tegen de afwijzing van haar vordering.
4.4.
De vraag of het hof rechtsmacht toekomt, wordt beheerst door de EEX-Verordening (EEX-Vo) nu [geïntimeerde] zijn woonplaats in Nederland heeft. Uit de bevoegdheidsregels van zowel artikel 2 als Pro de artikelen 20 en 21 EEX-Vo volgt dat NDS haar vordering terecht heeft gebracht voor het gerecht van de lidstaat waar [geïntimeerde] zijn woonplaats heeft. Voor zover sprake zou zijn van een overeenkomst van opdracht, zoals [geïntimeerde] stelt, geldt dat artikel 5 lid 1 een Pro alternatief forum biedt dat de bevoegdheid van het gerecht als bedoeld in artikel 2 EEX Pro-Vo onverlet laat. Het (subsidiaire) beroep van [geïntimeerde] op de in de arbeidsovereenkomst opgenomen forumkeuze, voor zover van toepassing, is – gelet op artikel 24 EEX Pro-Vo en HvJ 24 juni 1981, 150/81, ECLI:NL:XX:1981:AC7266 – eerst na de conclusie van antwoord in eerste aanleg en dus niet tijdig gedaan. Overigens faalt dit beroep, nu de in de arbeidsovereenkomst opgenomen forumkeuze, gelet op de artikelen 20 en 21 EEX-Vo, niet ertoe kan leiden dat het NDS was toegestaan [geïntimeerde] op te roepen voor de Belgische rechter. Dat recht is voorbehouden aan [geïntimeerde] als werknemer.
4.5.
Het hof is van oordeel dat NDS ook in hoger beroep heeft nagelaten haar stelling dat het geheimhoudingsbeding is geschonden, voldoende te concretiseren. NDS heeft hoofdzakelijk volstaan met te verwijzen naar de door haar overgelegde producties zonder te vermelden welke specifieke feiten of omstandigheden zij aan de gestelde schending van artikel 11 ten Pro grondslag legt.
4.5.1.
NDS heeft ter toelichting op de gestelde schending van het betreffende beding verwezen naar processen-verbaal van strafrechtelijke aangiftes bij de politie in [vestigingsplaats 1] op 11 februari 2010, 8 februari en 17 februari 2011 (prod. 3, mvg) en gesteld dat [geïntimeerde] via Scan Share B.V. informatie heeft doorgespeeld aan derden, hetgeen er zelfs toe heeft geleid dat derden de broncode in bezit kregen. Niet wordt door NDS evenwel toegelicht wat voor informatie zou zijn doorgespeeld, op welke wijze en aan wie dit doorspelen van informatie heeft plaatsgevonden, en evenmin om welke derden of broncode het gaat. Het ontbreken van een verdere uitwerking van de stellingen klemt te meer nu de aangiftes zijn gedaan namens BVBA New Dynamic Spirit (uit de stukken maakt het hof op dat dit de moedermaatschappij van NDS is) en betrekking hebben op klachten over diefstal van kennis van informatie en het versturen van frauduleuze e-mails door voormalig werknemers - niet zijnde [geïntimeerde] - van genoemde vennootschap en uit de aangiftes hooguit blijkt van vermoedens van betrokkenheid van [geïntimeerde] (Holding).
4.5.2.
De stelling van NDS dat [geïntimeerde] heeft aangezet tot bedrijfsspionage en tot aanlevering van geheime bedrijfsdocumenten, is met de enkele verwijzing naar (hoofdstuk 14 van) het verslag van de vergadering van NDS van 12 februari 2010 (mvg onder 5, prod. 4), onvoldoende uitgewerkt. In het bijzonder blijkt uit bedoeld hoofdstuk niet om welke geheime bedrijfsgegevens het nu precies gaat en wanneer deze zouden zijn verstrekt. Overigens wordt ook hierin enkel melding gemaakt van mogelijke betrokkenheid van [geïntimeerde] bij bedoelde verweten gedragingen, maar meer dan een vermoeden kan het hof hierin niet lezen.
4.5.3.
Uit de verdere, algemene stellingen dat [geïntimeerde] vele contacten heeft gehad met bedrijven en dat is gebleken dat hij voor eigen gebruik producten heeft laten ontwikkelen (mvg onder 5), volgt op zichzelf nog geen schending van artikel 11. Dit geldt ook ten aanzien van de verwijzing naar de feitelijke toelichting in de brief van 28 februari 2010 waarin de schending van artikel 11 aan Pro [geïntimeerde] wordt bevestigd (mvg onder 4). In de brief (prod. 4, mvg) staat vermeld dat naar voren is gekomen dat [geïntimeerde] frauduleuze handelingen heeft verricht, bestaande in het verrichten van werkzaamheden voor zijn bedrijf Scanshare B.V., welk bedrijf, aldus de brief, dezelfde werkzaamheden als de NDS-groep verricht. Zonder nadere toelichting valt hieruit nog geen overtreding van artikel 11 af Pro te leiden.
4.5.4.
Ook hetgeen namens NDS blijkens het proces-verbaal van de comparitie in eerste aanleg is aangevoerd, vormt een onvoldoende feitelijke onderbouwing van de vordering. De stellingen ter comparitie dat [geïntimeerde] openbare mails heeft gezonden naar alle cliënten van NDS met daarbij geheime stukken en dat [geïntimeerde] na zijn ontslag mails van NDS heeft omgeleid naar zijn eigen mailadres, zijn in hoger beroep door NDS verder niet toegelicht zodat onder meer onduidelijk is om welke geheime stukken het gaat. De stelling ter comparitie dat NDS door uitlatingen van [geïntimeerde] een contract met Toshiba is misgelopen, is evenmin in hoger beroep uitgewerkt, en duidt zonder nadere toelichting niet zonder meer op een schending van artikel 11.
4.6.
Uit het voorgaande volgt dat de stellingen van NDS ook in het licht van de in de overgelegde stukken vermelde informatie te algemeen zijn en onvoldoende zijn toegespitst op de gestelde schending van het geheimhoudingsbeding door [geïntimeerde] om de vordering van NDS te kunnen dragen. Dit betekent dat de grief faalt. De vragen naar de totstandkoming van de door NDS gestelde arbeidsovereenkomst en het toepasselijke recht kunnen daarmee verder in het midden blijven.
4.7.
Het hof zal het bestreden vonnis bekrachtigen en NDS veroordelen in de kosten van het hoger beroep.

5.De uitspraak

Het hof:
bekrachtigt het bestreden vonnis;
veroordeelt NDS in de proceskosten van het hoger beroep, welke kosten tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] worden begroot op € 683,-- aan verschotten en op € 894,-- aan salaris advocaat voor het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mrs. Chr. M. Aarts, M.J.H.A. Venner-Lijten en C.E.C.J. Ponsioen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 22 april 2014.