Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 850901/346, rolnr. CV EXPL 12-8341)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
Definities
Arbeidsduur:
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of een werkgever in de thuiszorg min-uren van een min/max-contract mag verrekenen met vakantie-uren. Appellante, werkzaam als thuiszorgmedewerkster sinds 1983, vordert vergoeding van reisuren en een verklaring dat verrekening van vakantie-uren niet is toegestaan. De arbeidsovereenkomst is gebaseerd op een min/max-contract van 27 tot 32 uur per week en valt onder de CAO voor de Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg.
De kantonrechter stelde vast dat de werkgever aanvankelijk reistijd vergoedde, maar dit later staakte. De kantonrechter oordeelde dat appellante recht heeft op vergoeding van reisuren en dat verrekening van vakantie-uren niet is toegestaan. Het thuiszorgcentrum werd veroordeeld tot betaling van een deel van de gevorderde bedragen.
In hoger beroep bevestigt het hof de feitenvaststelling en het oordeel over de onrechtmatigheid van verrekening van vakantie-uren. Appellante vordert daarnaast een vermeerdering van haar eis, maar het hof wijst erop dat deze eisvermeerdering niet tijdig aan de niet-verschijnende tegenpartij is betekend. Daarom verwijst het hof de zaak terug naar de rol om appellante de gelegenheid te geven dit alsnog te doen, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat verrekening van min-uren met vakantie-uren niet is toegestaan en verwijst de zaak terug voor nadere procedure over eisvermeerdering.