Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.de gemeente Someren,zetelende te Someren,
de provincie Noord-Brabant,zetelende te 's-Hertogenbosch,
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 241045/HA ZA 11-1757)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
(26 weken, hof
)met de uitvoering van de bouw zou zijn begonnen, de bouwvergunningen zouden worden ingetrokken. De gemeente wenste de glastuinbouw elders in de gemeente te concentreren. [maatschap] heeft eenzelfde voornemen ontvangen.
“Aan … [appellant] waren ten tijde van de peildatum bouwvergunningen verleend voor het oprichten van glastuinbouwkassen. Met de bouw van deze kassen was hij begonnen, maar vanwege extreme weersomstandigheden kon de bouw niet worden voltooid. Vervolgens zijn de bouwvergunningen in april 1999 ingetrokken. … [appellant] heeft de rechtmatigheid van deze intrekkingen in rechte betwist. Burgemeester en wethouders van Someren wachten echter met de beslissing op zijn bezwaarschrift totdat de Afdeling omtrent zijn beroep tegen het besluit omtrent de goedkeuring van het bestemmingsplan zal hebben beslist. Onder deze omstandigheden is de Afdeling van oordeel dat[GS]
onvoldoende hebben gemotiveerd waarom zij in de afwijking van het beleid van de gemeenteraad(welk beleid inhoudt dat een vóór november 1997 verleende bouwvergunning wordt beschouwd als bestaande bebouwing, hof)
geen aanleiding behoefden te vinden voor een onthouding van goedkeuring aan dit planonderdeel.”Voorts zijn GS in hun besluit uitgegaan van onjuiste percelen.
“De Afdeling stelt vast dat op de plankaart bij de gronden [perceel 1] en [perceel 2] geen blauwe lijn staat. Derhalve heeft verweerder de plandelen betreffende die gronden bij onderdeel A goedgekeurd. Het uitstellen van een besluit - waartoe verweerder bij onderdeel C heeft besloten – is tegenstrijdig aan de bij onderdeel A gegeven goedkeuring en is derhalve in strijd met de rechtszekerheid.”De Afdeling heeft GS opgedragen om binnen twee maanden na de verzending van de uitspraak van de Afdeling met inachtneming daarvan een nieuw besluit te nemen ten aanzien van de plandelen betreffende de percelen [perceel 1] en [perceel 2].
“Gelet daarop zijn wij van mening dat in dit stadium van die procedure de conclusie dat [appellant] een agrarisch bouwblok onthouden zou moeten worden, zoals de gemeente heeft gedaan, niet is gerechtvaardigd. Daarom onthouden wij alsnog de goedkeuring aan de bestemming van de betreffende perceelsgedeelten (…)”.Tegen dit besluit is geen rechtsmiddel aangewend, zodat het onherroepelijk is geworden.
(waar [appellant] voorheen een transportbedrijf uitoefende, hof) naar een passende herbestemming streven.