Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
zetelende te Someren,
zetelende te ’s-Hertogenbosch,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
GS hebben geconstateerd dat de gemeente nog steeds niet heeft beslist op het bezwaarschrift van [eiser] tegen de intrekking van de bouwvergunningen. Zij overwogen vervolgens: "Gelet daarop zijn wij van mening dat in dit stadium van die procedure de conclusie dat [eiser] een agrarisch bouwblok onthouden zou moeten worden, zoals de gemeente heeft gedaan, niet is gerechtvaardigd. Daarom onthouden wij alsnog de goedkeuring aan de bestemming van de betreffende perceelsgedeelten (…)." Tegen dit besluit is geen rechtsmiddel aangewend, zodat het onherroepelijk is geworden.
Zij achtte de door [eiser] gewraakte besluiten van gemeenteraad en GS jegens hem onrechtmatig (rov. 4.5), maar was van oordeel dat die besluiten niet tot schade voor [eiser] hebben geleid. De rechtbank ging daarbij ervan uit dat de hiervoor in 3.1 onder (ix) genoemde intrekking van de bouwvergunningen formele rechtskracht toekomt. (rov. 4.6 en 4.7)
4.Beslissing
18 december 2015.