Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 146213 / HA ZA 09-1479)
2. Het verloop van de procedure
- de memorie van grieven waarbij vier grieven zijn voorgedragen en 19 producties zijn overgelegd;
- de memorie van antwoord waarbij 13 producties zijn overgelegd (nrs. 1 t/m 11, 13 en 15);
- een zijdens Vortex genomen akte rectificatie waarbij de volgens Vortex juiste (gecensureerde) versie van de bij memorie van antwoord overgelegde productie 11 is overgelegd.
3.De stukken waarop het hof recht doet
4.De gronden van het hoger beroep
5.De beoordeling van het beroep
juni 2009ook kende enkel omdat na het opstellen van deze brieven [accountant] en Westhoven zijn overgegaan naar Cosmo.
) en mogelijk nu u, (…) Cosmo.
Voor cliënte is ook niet exact duidelijk welke partij zij dient aan te spreken, gegeven dat naar haar inschatting de activiteiten deels zijn overgedragen. Uit gemelde kennisgeving van Acco en Cosmo lijkt te volgen dat een en ander thans Cosmo aangaat, hoewel de facturen van voor de overdracht allicht Acco moeten betreffen. Bij gebreke aan kennis hierover maar gelet op de kennisgeving neemt mijn cliënte aan dat de gehele verhouding in de visie van Acco en Cosmo, Cosmo aangaat, zodat in zoverre mijn onderstaande sommatie aan uw adres is gericht.”
Uit de gemelde kennisgeving (…) lijkt te volgen dat een en ander thans Cosmo aangaat”. Uit niets blijkt dat Vortex met deze brief, voor zover het haar positie bij de contractoverneming betreft, op dat terrein duidelijkheid heeft willen geven. Indien dat anders was geweest, ligt het volgens het hof voor de hand dat zij in die brief of expliciet zou hebben vermeld dat zij geen medewerking ex art. 6:159 BW Pro wilde geven, dan wel expliciet zou hebben vermeld dat zij die medewerking bij deze brief juist wel verleende, zodat het wat haar, Vortex, betreft duidelijk was dat Cosmo voortaan haar wederpartij in deze zou zijn. Het hof weegt daarbij verder mee dat de brief is geschreven door mr. Van Baaren, de rechtsgeleerde raadsman van Vortex, die niet alleen niet over “medewerking” heeft gerept in de brief van 3 november 2009, maar ook besluit met de opmerking dat het schrijven voor het overige geschiedt onder het voor zijn cliënte voorbehouden van haar rechten en weren. Uit de brief van 3 november 2009 kan dan ook niet worden afgeleid dat Vortex haar medewerking in de zin van art. 6:159 lid 1 BW Pro heeft gegeven.
“Ingeval Acco tevens de lamineermachines (via Vortex) levert aan de finale klant zal Vortex deze machine binnen 30 dagen aan Acco betalen. Hiervoor wordt zij gefund door een leasemaatschappij. Betreffende financier eist zowel de machine als de geldstroom uit hoofde van het contract als zekerheid."moet volgen dat Vortex de verplichting tot het vinden van een financier op zich heeft genomen. Het hof leest hierin niet meer dan dat Vortex in elk geval geen financieel risico loopt. Dat zij om dat risico te ontlopen ook zelf voor een externe financier zou moeten zorgen, staat er niet en volgt evenmin uit de gebezigde woorden.
heb ik gesproken met de heer [financial controller in dienst van Acco] en de heer [X.](noot hof: bedoeld zal zijn dhr. [credit manager in dienst van Acco]).
Mij was verzocht om daar te komen praten over het matchen van geldstromen en financiering om deze te matchen. (…) Ik heb toen aan Acco mijn plan gepresenteerd dat neer kwam op het vergroten van omzet en marges door over te stappen van productselling naar conceptselling. (…) Ik wilde aan Acco Vortex ter beschikking stellen en het mogelijk maken om de BV zo in te richten dat zij gebruikt kon worden voor de financieringsconstructie. (…) Het was zowel mij als de heer [financial controller in dienst van Acco] duidelijk dat Vortex B.V. geen financiering zou krijgen om de constructie mogelijk te maken. Het was ook niet mijn bedoeling om daarvoor te zorgen. Daarvoor is uiteindelijk een oplossing gevonden via de heer [senior account manager bij Totaal Lease], werkzaam bij Totaallease. De heer [senior account manager bij Totaal Lease] kende ik al langer. (…) Het plan is door mij voorgelegd aan enkele leasemaatschappijen. De heer [senior account manager bij Totaal Lease] (…) was de eerste die reageerde. (…) Samen met de heer [senior account manager bij Totaal Lease] hebben de heer [financial controller in dienst van Acco] en ik het plan verder uitgewerkt. (…).”
vraagt mij of in de presentatie die de heer [bestuurder van Vortex] aanvankelijk heeft gegeven van zijn concept iets aan de orde kwam over het regelen van de financier en meer in het bijzonder dat uit die presentatie al naar voren kwam dat Vortex de financiering zou regelen. Mijn antwoord is dat de powerpointpresentatie erg algemeen was. Dit punt kwam niet concreet aan de orde. (…) Op vragen van mr. Klapwijk(noot hof: de raadsman van Acco)
: U houdt mij een email van 14 januari 2009 van mijzelf, [financial controller in dienst van Acco], aan de heer [accountant] voor. Daarin schrijf ik dat, vertaald, Vortex mij heeft gevraagd of zij moesten zoeken naar een nieuwe maatschappij, maar dat dat onder deze marktomstandigheden (nagenoeg) onmogelijk zal zijn. Nu ik van de inhoud van deze email hoor, ga ik er vanuit dat ik daarop ja heb gezegd. Ik weet dat ook de heer [accountant] dit heeft gevraagd van Vortex. Ons idee was dat wij misschien onder de overeenkomst uit zouden kunnen als dat Vortex niet zou lukken. (…).”
) de situatie toen ik weg ging in februari 2009: Acco moest bepaalde stukken ter beschikking stellen, anders zou een bepaalde kredietfaciliteit niet worden verschaft. Begin 2009 is besloten om de commerciële afdeling van Totaallease te sluiten. Als Acco de vereiste stukken zou hebben verschaft, dan zou voor 2009 het al gereserveerde krediet ter beschikking zijn gesteld. Ik betwijfel sterk of Totaallease ook bereid zou zijn om Acco als bestaande klant ook in de jaren 2010 en 2011 nog krediet te verschaffen. (…) Lopende kredietlimieten zouden worden gehonoreerd. Deze gelden zouden beschikbaar blijven. Ik verwacht niet dat bestaande klanten erin zouden zijn geslaagd om hun kredietlimiet verhoogd te krijgen, ook niet als zij kredietwaardig waren.”