ECLI:NL:HR:2011:BP2309
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsrechtelijke beoordeling van bereddingskosten bij asbestvervuilde cacaoopslag
SGS, rechtsopvolger van ICM, vordert vergoeding van bereddingskosten van circa €708.247,18 bij verzekeraars HDI c.s. wegens reiniging en verplaatsing van asbestvervuilde cacao opgeslagen in een gehuurde loods. De rechtbank en het hof wezen de vordering toe, waarbij het hof oordeelde dat SGS als bewaarnemer aansprakelijk was en dat sprake was van bereddingskosten in de zin van art. 283 K. (oud).
HDI c.s. voerden verweer dat SGS geen bewaarnemer meer was na contractsovername door [B] en dat geen onmiddellijk dreigend gevaar bestond. Het hof verwierp deze verweren, maar de Hoge Raad constateert dat het hof zijn oordeel over het onmiddellijk dreigend gevaar onvoldoende heeft gemotiveerd, met name ten aanzien van de mogelijkheid tot uitlevering van cacao zonder verplaatsing.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing. Tevens veroordeelt de Hoge Raad SGS in de kosten van het cassatiegeding. De zaak betreft de uitleg van verzekeringsdekking voor bereddingskosten en de vraag of sprake is van een onmiddellijk dreigend gevaar dat bijzondere maatregelen rechtvaardigt.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en verwijst zaak terug voor nadere beoordeling van onmiddellijk dreigend gevaar en dekking bereddingskosten.