Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2014:1765

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
12 juni 2014
Publicatiedatum
12 juni 2014
Zaaknummer
HV 200.141.988_01 en 02.
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:448 lid 2 BWArt. 1:449 lid 2 BWArt. 360 lid 2 RvArt. 1:432 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ontslag voormalig bewindvoerder en benoeming opvolgend bewindvoerder

In deze civiele zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Limburg waarbij zijn voormalig bewindvoerder werd ontslagen en een opvolgend bewindvoerder werd benoemd. Appellant verzocht tevens om opheffing van het beschermingsbewind over zijn goederen, stellende dat de oorspronkelijke redenen voor het bewind niet meer aanwezig zijn vanwege zijn herstel van verslavingsproblematiek.

Het hof overwoog dat sinds 1 januari 2014 nieuwe wettelijke bepalingen gelden voor beschermingsbewind en dat deze van toepassing zijn. Het verzoek tot opheffing van het bewind werd afgewezen omdat appellant zijn stellingen niet had onderbouwd met verklaringen van behandelaars of huisarts, waardoor het hof aannam dat de oorspronkelijke gronden nog steeds aanwezig zijn.

Daarnaast werd het beroep tegen het ontslag van de voormalig bewindvoerder en de benoeming van de opvolgend bewindvoerder verworpen. Het ontslag was op eigen verzoek van de bewindvoerder en dient dan steeds te worden verleend. Ook had appellant geen inhoudelijke bezwaren tegen de benoeming van de opvolgend bewindvoerder ingebracht.

Het verzoek tot schorsing van de beschikking werd afgewezen omdat het hof in de hoofdzaak besliste. De beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd en het hoger beroep van appellant verworpen.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot ontslag van de voormalig bewindvoerder en benoeming van de opvolgend bewindvoerder en wijst het verzoek tot opheffing van het bewind af.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht
Uitspraak: 12 juni 2014
Zaaknummer: HV 200.141.988/01 en HV 200.141.988/02
Zaaknummer eerste aanleg: 2158563 BM VERZ 13-519
in de zaak in hoger beroep van:
[de man],
wonende te
[woonplaats],
appellant,
hierna te noemen: [appellant],
advocaat: mr. T.H.J. van Beek.
Als belanghebbenden in deze zaak kunnen worden aangemerkt:
  • mevrouw [voormalig bewindvoerder], h.o.d.n. Bureau Budgetmanagement & Consultancy, de voormalig bewindvoerder (hierna: [voormalig bewindvoerder]);
  • GGN Bewindvoering B.V., opvolgend bewindvoerder (hierna: GGN Bewindvoering).

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Limburg, sector toezicht, zittingsplaats Roermond van 17 januari 2014.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 17 februari 2014, heeft [appellant] verzocht:
1. op de voet van artikel 360 lid 2 Wetboek Pro van burgerlijke rechtsvordering (Rv) te bevelen dat de werking van voormelde beschikking wordt geschorst;
2. voormelde beschikking, inhoudende het ontslag van de huidige bewindvoerder en benoeming van de opvolgende bewindvoerder, te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, te bepalen dat het bewind over de goederen die [appellant] (zullen) toebehoren, zal worden opgeheven.
2.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 17 april 2014. Bij die gelegenheid zijn gehoord:
  • [appellant], bijgestaan door mr. K. Boemaars;
  • [voormalig bewindvoerder].
2.2.1.
GGN Bewindvoering is
,met bericht van verhindering, niet ter zitting verschenen.
2.3.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:
  • het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 9 januari 2014;
  • de brief van GGN Bewindvoering van 10 april 2014.

3.De beoordeling

3.1.
Bij beschikking van 3 augustus 2011 heeft de kantonrechter van de rechtbank Roermond een bewind ingesteld over alle goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan [appellant], waarbij [voormalig bewindvoerder] is benoemd tot bewindvoerder.
3.2.
Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter [voormalig bewindvoerder] op haar verzoek met ingang van 17 februari 2014 ontslagen als bewindvoerder en GGN Bewindvoering benoemd tot opvolgend bewindvoerder.
3.3.
[appellant] kan zich met deze beslissing niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen.
3.4.
In zijn beroepschrift, zoals aangevuld ter zitting, heeft [appellant] – kort weergegeven – aangevoerd dat de redenen waarom in 2011 een bewind is ingesteld thans niet meer aanwezig zijn. Volgens [appellant] is hij geruime tijd met succes in behandeling geweest voor zijn verslavingsproblematiek en kennen zijn herstel en persoonlijke situatie nog altijd een stijgende lijn. [appellant] is van mening dat de dienstverlening die geboden wordt door [voormalig bewindvoerder] voortgezet kan worden in de vorm van budgetbeheer zonder bewind. Gelet op zijn persoonlijke groei en het overwinnen van de verslavingsproblematiek acht [appellant] de zware maatregel van beschermingsbewind niet meer noodzakelijk.
Voorts stelt [appellant] dat het contact met en de dienstverlening door [voormalig bewindvoerder] hem zeer goed is bevallen. [appellant] is gebaat bij een voortzetting daarvan aangezien een vaste structuur belangrijk voor hem is. Het wijzigen van een dergelijke structuur, door de benoeming van GGN Bewindvoering tot bewindvoerder, wordt door [appellant] als negatief ervaren. [appellant] is van mening dat, nu hij de nieuwe bewindvoerder volledig zal moeten informeren, hij wederom geconfronteerd zal worden met zijn verleden en de gevolgen daarvan. Gelet hierop verzoekt [appellant] dan ook de schorsing te bevelen van de werking van de bestreden beschikking.
3.5.
Het hof overweegt als volgt.
3.5.1.
Sedert 1 januari 2014 gelden ten aanzien van het beschermingsbewind een aantal nieuwe wettelijke bepalingen. Het hof is van oordeel dat, bij gebreke van overgangsrecht ten aanzien van de hier relevant zijnde bepalingen, de sinds 1 januari 2014 geldende bepalingen dienen te worden toegepast.
3.5.2.
In hoger beroep verzoekt [appellant] - onder meer - opheffing van het bewind over de goederen die aan hem toebehoren of zullen toebehoren. Nu dit het meest verstrekkende verzoek van [appellant] is, zal het hof dit verzoek eerst beoordelen.
3.5.2.1. Op grond van het sedert 1 januari 2014 geldende artikel 1:449 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kantonrechter op verzoek van de rechthebbende, het openbaar ministerie of ambtshalve het bewind opheffen, indien de oorzaken die tot de onderbewindstelling aanleiding hebben gegeven, niet meer bestaan.
Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank ambtshalve vastgesteld dat gesteld noch gebleken is dat de redenen waarom destijds bewind is ingesteld thans niet meer aanwezig zijn. Hoewel [appellant] in hoger beroep aanvoert dat de gronden die tot de onderbewindstelling hebben geleid niet meer aanwezig zijn, is het hof van oordeel dat [appellant] dit niet heeft aangetoond. Naar het oordeel van het hof had het op de weg van [appellant] gelegen om zijn stelling, dat sprake is van persoonlijke groei en het overwinnen van zijn verslavingsproblematiek, door middel van overlegging van onder andere verklaringen van zijn behandelaars dan wel zijn huisarts, te onderbouwen. Dat hij dit heeft nagelaten dient voor zijn rekening en risico te komen.
Het hof zal derhalve dit verzoek van [appellant] afwijzen.
3.5.3.
Voorts heeft [appellant] verzocht de bestreden beschikking te vernietigen ten aanzien van het ontslag van [voormalig bewindvoerder] en ten aanzien van de benoeming van GGN Bewindvoering tot bewindvoerder.
Ten aanzien van deze verzoeken overweegt het hof als volgt.
3.5.3.1. Op grond van het sedert 1 januari 2014 geldende artikel 1:448 lid 2 BW Pro wordt een bewindvoerder ontslag verleend, hetzij op eigen verzoek hetzij wegens gewichtige redenen of omdat de bewindvoerder niet meer voldoet aan de eisen om bewindvoerder te kunnen worden, zulks op verzoek van de medebewindvoerder of degene die gerechtigd is onderbewindstelling te verzoeken als bedoeld in artikel 1:432, eerste en tweede lid, BW, dan wel ambtshalve. Gelet op deze bepaling moet het ontslag op eigen verzoek van de bewindvoerder, waarvan hier sprake is, steeds worden verleend, zodat het betreffende verzoek van [appellant] reeds hierom faalt.
Ook het beroep van [appellant] tegen de benoeming van GGN Bewindvoering, als opvolgend bewindvoerder, dient naar het oordeel van het hof te worden afgewezen nu [appellant] geen inhoudelijke bezwaren tegen deze professionele bewindvoerder heeft aangevoerd.
Schorsing uitvoerbaar verklaring bij voorraad
3.6.
Nu het hof beslist in de hoofdzaak, heeft [appellant] geen belang meer bij het verzoek tot schorsing van de werking van de uitvoerbaar verklaring bij voorraad, zodat dit verzoek in zoverre zal worden afgewezen.
3.7.
Op grond van al het voorgaande dient de bestreden beschikking te worden bekrachtigd.

4.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Limburg, sector toezicht, zittingsplaats Roermond van 17 januari 2014.
Deze beschikking is gegeven door mrs. O.G.H. Milar, C.E.M. Renckens, W.T.M. Raab en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2014.