Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5 Het verloop van de procedure
6.De gronden van het hoger beroep
7.De verdere beoordeling
Graag wil ik duidelijkheid scheppen in een onduidelijke situatie betreffende levering van bomen en werkzaamheden.
Uw brief van 22-02 2011 heb ik in goede orde ontvangen.
(…) 29-3-2011 om stipt 16.00 uur was ik samen met een kraan, transportmateriaal en een groenmedewerker met 30 jaar ervaring aanwezig.Op dat moment waren de bomen NIET te rooien zonder blijvende schade. (…)”
Naar aanleiding van uw brieven van 4 april 2011 en 25 mei 2011 (…)
€ 9.540,00
heeft in opdracht van gedaagde(hof: [appellante])
werkzaamheden (…) verricht bestaande uit het freezen van 2439 stobben (…) op het bedrijfsterrein van gedaagde. Tussen eiser en gedaagde is afgesproken dat eiser als betaling voor deze werkzaamheden zou ontvangen 50 stuks Metasequoia’s welke zich bevonden op het bedrijfsterrein van gedaagde . Gedaagde zou de bomen vrijsteken, waarna eiser de bomen zelf zou komen ophalen.”(inl dv 1.)
Dhr. [geïntimeerde] zou stobben kunnen frezen en wilde daarvoor Metasequoia bomen ruilen, die hij op z’n land wilde planten. (…)
de bomen niet te rooien waren” (r.o. 7.1.8). Evenmin is dus in dit stadium duidelijk dat dat inderdaad het geval was en of de oorzaak was gelegen in het niet (voldoende) vrijsteken van de bomen door [appellante].