Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het verloop van de procedure
- een memorie van grieven tevens houdende wijziging van eis, waarbij zes producties zijn overgelegd;
- een antwoord-memorie;
- de pleidooizitting, tijdens welke partijen onder het overleggen van pleitaantekeningen hebben gepleit en vragen van het hof hebben beantwoord.
2.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 509204 CV EXPL 13-492)
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
niet bindend te zijn, indien de vereiste goedkeuringen van burgemeester en wethouders van Heerlen, de gemeenteraad van Heerlen en van de gedeputeerde staten van Limburg niet zouden worden verkregen”.Waar de gemeente volgens de schriftelijke inhoud van de overeenkomst zelfs niet aan die overeenkomst is gebonden totdat goedkeuring zou zijn verkregen van B&W, de gemeenteraad en van GS van Limburg, behoeft het nadere toelichting, die ontbreekt, waarom de gemeente wel zou zijn gebonden aan een niet-schriftelijk vastgelegde toezegging waarvan is gesteld noch gebleken dat deze is voorgelegd aan B&W en/of de gemeenteraad van Heerlen en/of GS van Limburg. Het hof is dan ook van oordeel dat voor zover een toezegging is gedaan, niet kan worden vastgesteld dat de gemeente daaraan is gebonden. De eerste grief faalt derhalve op dit punt. Dit betekent tevens dat voorbij kan worden gegaan aan het aanbod van Heksenberg om de toezegging te bewijzen, waarmee ook de tweede grief faalt.