Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep ongegrond en
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende, werkzaam in een huisartsenmaatschap met haar echtgenoot, stelde in hoger beroep dat zij voldeed aan het urencriterium voor ondernemersfaciliteiten in de inkomstenbelasting over 2007. Het geschil betrof de vraag of haar werkzaamheden hoofdzakelijk ondersteunend waren en of het samenwerkingsverband met haar echtgenoot als gebruikelijk kon worden aangemerkt.
Het hof stelde vast dat de huisartsactiviteiten de hoofdactiviteiten van de maatschap vormen en dat de werkzaamheden van belanghebbende als doktersassistente en praktijkondersteuner slechts in beperkte mate als hoofdactiviteiten konden worden aangemerkt. Belanghebbende had onvoldoende bewijs geleverd dat haar werkzaamheden niet hoofdzakelijk ondersteunend waren. Ook het samenwerkingsverband tussen belanghebbende en haar echtgenoot werd als ongebruikelijk beoordeeld.
De door belanghebbende overgelegde verklaringen en urenstaten werden niet als voldoende bewijs erkend. Het hof concludeerde dat de navorderingsaanslag en heffingsrentebeschikking terecht waren opgelegd en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.