Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/01/263505 / KG ZA 13-343)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
- de vrouw te verplichten om binnen twee weken na betekening van het vonnis van de rechtbank de echtelijke woning met het hare te verlaten en de sleutels ter zake aan de man ter hand te stellen, op straffe van een dwangsom van € 100,- per dag of gedeelte daarvan;
- de vrouw te veroordelen om binnen twee weken na betekening van dit vonnis in huur te aanvaarden de huurwoning tegen een maandelijkse huurprijs van € 1.100,- exclusief gas, water en elektriciteit, welke huurprijs door de man zal worden voldaan, op straffe van een dwangsom van € 100,- per dag of gedeelte daarvan;
- de vrouw te veroordelen in de kosten van de procedure.
- primair de man te veroordelen aan de vrouw te voldoen als voorschot uit hoofde van de afwikkeling huwelijkse voorwaarden een bedrag ad € 250.000,- te voldoen binnen één maand na dagtekening van het vonnis van de rechtbank, op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag;
- subsidiair de man te veroordelen aan de vrouw te voldoen als rentevergoeding uit hoofde van de afwikkeling huwelijkse voorwaarden een bedrag ad € 2.000,- per maand (4% over € 600.000.-) te voldoen, steeds voor de eerste van iedere maand bij vooruitbetaling, op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag;
- de man te veroordelen om aan de vrouw te voldoen een maandelijkse gebruiksvergoeding van 4% van de uiteindelijke netto-verkoopopbrengst van de echtelijke woning na aftrek van de hypotheek, althans de helft daarvan, zijnde het aandeel van de vrouw, evenals de vrouw hiertoe gehouden is geweest in de periode dat zij het voortgezet gebruik van deze woning had;
- de man te veroordelen om aan de vrouw te voldoen het bruto equivalent van € 1.100,- netto ter zake de huurpenningen van een door de vrouw te kiezen en te huren woning in [plaats] met de verplichting van de man zich als hoofdelijk borg te stellen indien de verhuurder dit eist;
- voor het geval de vrouw verplicht zou worden de huurwoning te gaan huren; de man te veroordelen aan de vrouw te betalen het bruto equivalent van € 1.100,- netto ter zake de huurpenningen voor de huurwoning alsmede haar helft van de hypotheekrente voor zijn rekening te nemen binnen de daarvoor door de Belastingdienst gestelde betalingstermijn in plaats van de vrouw.
- de vorderingen van de man afgewezen;
- de kosten van de procedure gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
- uitvoerbaar bij voorraad de man veroordeeld om aan de vrouw te betalen als voorschot op de nog vast te stellen verrekening uit hoofde van de afwikkeling huwelijkse voorwaarden een bedrag ad € 2.000.- per maand, steeds voor de eerste van iedere maand bij vooruitbetaling te voldoen met ingang van 1 augustus 2013;
- de kosten van de procedure gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
- het meer of anders gevorderde afgewezen.
- woningruil (grief 1 in principaal appel);
- voorschot op verdeling (grief 2 principaal appel, grief 1 tot en met 4).