ECLI:NL:GHSHE:2014:209
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Chr.M. Aarts
- W.H.B. den Hartog Jager
- A.E. Bos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over financiële afwikkeling arbeidsovereenkomst en loonvorderingen
Appellant was van juli 2008 tot december 2009 in dienst bij Esprit als Test Consultant. Na ontbinding van de arbeidsovereenkomst ontstond een geschil over de eindafrekening, met name over salaris, vakantiegeld, onkostenvergoeding en wettelijke verhogingen.
De kantonrechter had in het deelvonnis van 18 augustus 2011 op de meeste punten beslist, maar een aantal posten aangehouden. Appellant kwam in hoger beroep tegen de afwijzing van zijn vorderingen in dat vonnis. Esprit betoogde niet-ontvankelijkheid, maar het hof verwierp dit en stelde appellant ontvankelijk.
Het hof oordeelde onder meer dat appellant recht had op loon over twee dagen in februari 2009 tegen 100% salaris, dat Esprit onterecht loon had ingehouden over januari 2009 en dat appellant recht had op uitbetaling van 32,3 vakantiedagen. Verder wees het hof het beroep van Esprit af dat appellant niet beschikbaar was voor werk na 4 september 2009. De wettelijke verhogingen over de toegewezen bedragen werden eveneens toegekend zonder matiging.
Het hof vernietigde het vonnis van 18 augustus 2011 voor zover het de aangevochten punten betreft en veroordeelde Esprit tot betaling van het netto-equivalent van €10.080,84 bruto, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 januari 2010, alsmede in de kosten van het hoger beroep. Het arrest werd op 4 februari 2014 uitgesproken.
Uitkomst: Esprit wordt veroordeeld tot betaling van €10.080,84 bruto met wettelijke rente en kosten aan appellant wegens achterstallige loon- en vakantiegeldvorderingen.