ECLI:NL:GHSHE:2014:2258
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- W.Th.M. Raab
- O.G.H. Milar
- M.J. van Laarhoven
- Rechtspraak.nl
Begeleide omgangsregeling BOR fase 2 tussen vader en kinderen toegewezen en verdere beslissing aangehouden
In deze civiele zaak in hoger beroep ging het om de omgangsregeling tussen een vader en zijn twee minderjarige kinderen. Het hof heeft vastgesteld dat de eerdere begeleide omgangsregeling (BOR) niet tot contact heeft geleid omdat de kinderen geen vertrouwen hadden in een positieve verandering en angst en boosheid jegens de vader ervaren.
De moeder stelde dat de kinderen nog niet toe waren aan contact en wilde rust zodat zij het verleden konden verwerken. De vader respecteerde de wens van de kinderen, maar wilde een nieuwe kans via een intensiever traject. De raad benadrukte het belang van contact met beide ouders en adviseerde verwijzing naar BOR fase 2, waarbij een psycholoog betrokken is.
Het hof oordeelde dat nog niet alle gepaste maatregelen waren genomen en dat het eerdere BOR-traject te snel was afgesloten. Gezien de positieve herinneringen van een kind en de mogelijkheid tot intensievere begeleiding wees het hof toe tot deelname aan BOR fase 2. De verdere behandeling werd aangehouden tot 5 december 2014, in afwachting van de resultaten van de begeleide contacten.
Uitkomst: Vader en kinderen krijgen omgang via BOR fase 2 toegewezen en verdere beslissing wordt aangehouden tot 5 december 2014.