ECLI:NL:GHSHE:2014:2527

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
29 juli 2014
Publicatiedatum
29 juli 2014
Zaaknummer
HD 200.122.681_01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 150 RvArt. 166 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling beëindiging huurovereenkomst bij niet-betaling huur en servicekosten

In deze civiele zaak tussen Markestate en een andere appellant tegen Orange Brick staat centraal of de huurovereenkomst onmiddellijk is geëindigd wegens niet-betaling van huur en servicekosten per 1 december 2011. Markestate en de medeappellant beroepen zich op een nadere overeenkomst uit januari 2011, waarin zij menen dat zij het recht hebben de huurovereenkomst te beëindigen bij betalingsachterstand.

Orange Brick betwist dit en stelt dat een opzegtermijn van zes maanden geldt en dat de nadere overeenkomst slechts verhuurder het recht geeft tot beëindiging bij wanbetaling. Het hof constateert dat de uitleg van de nadere overeenkomst onduidelijk is en dat de bewijslast rust op Markestate en de medeappellant.

Het hof staat hen toe bewijs te leveren, ook door getuigen, en regelt de procedure voor het horen van getuigen onder leiding van de raadsheer-commissaris. Schriftelijk bewijs dient tijdig te worden ingediend. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing na het bewijs.

Uitkomst: Het hof staat partijen toe bewijs te leveren over de uitleg van de nadere overeenkomst en wijst verdere beslissing aan na getuigenverhoor.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.122.681/01
arrest van 29 juli 2014
in de zaak van

1.Markestate [vestigingsnaam 1] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats],

2.
[bedrijfsnaam] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
appellanten,
advocaat: mr. H.J. Rosens te Veldhoven,
tegen
Orange Brick B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
geïntimeerde,
advocaat: mr. R.R.F. van der Mark te Amsterdam,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 21 januari 2014 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Breda, locatie Tilburg, onder zaaknummer 716162 CV EXPL 12-3599 gewezen vonnis van 19 september 2012.

6.Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenarrest van 21 januari 2014;
- de akte na tussenarrest van Markestate en [appellante 2], met een productie;
- de antwoordakte na tussenarrest van Orange Brick.
Partijen hebben arrest gevraagd.

7.De verdere beoordeling

7.1.
Bij genoemd tussenarrest heeft het hof Markestate en [appellante 2] in de gelegenheid gesteld te reageren op de door Orange Brick als productie 3 bij de memorie van antwoord overgelegde e-mailwisseling en alle overige beslissingen aangehouden.
7.2.
Bij akte na tussenarrest hebben Markestate en [appellante 2] hun standpunt, welk standpunt er kort gezegd op neerkomt dat ingevolge de nadere overeenkomst van januari 2011 de huurovereenkomst is geëindigd onmiddellijk nadat zij op 1 december 2011 nog niet de huurprijs en de servicekosten voor de maand december 2011 hadden betaald, gehandhaafd onder verwijzing naar een brief van de heer [toenmalig penningmeester van Vincentius], die zij als productie 1 bij de akte na tussenarrest hebben overgelegd.
7.3.
Bij antwoordakte na tussenarrest heeft Orange Brick op haar beurt haar standpunt gehandhaafd, welk standpunt er kort gezegd op neerkomt dat partijen in de huurovereenkomst een opzegtermijn van zes maanden zijn overeengekomen en dat de nadere overeenkomst zo moet worden uitgelegd dat slechts aan verhuurder – en niet aan huurder – een handvat wordt geboden voor beëindiging van de huurovereenkomst in geval huurder tekort schiet in de betaling van de huurpenningen.
7.4.
Het hof overweegt het volgende. Markestate en [appellante 2] verweren zich tegen de vordering van Orange Brick tot betaling van huur met de stelling dat de huurovereenkomst is geëindigd onmiddellijk nadat zij op 1 december 2011 nog niet de huurprijs en de servicekosten voor de maand december 2011 hadden betaald. Daarbij beroepen zij zich op de nadere overeenkomst, waarmee partijen volgens hen uitdrukkelijk de bedoeling hadden Markestate en [appellante 2] het recht te geven de huurovereenkomst te beëindigen (ook) in het geval zij als huurders een achterstand lieten ontstaan in de betaling van de huur. Met de in het geding gebrachte stukken bestaat er nog geen duidelijkheid over de uitleg van de nadere overeenkomst.
7.5.
Overeenkomstig de hoofdregel van artikel 150 Rv Pro rust op Markestate en [appellante 2] de last
de feiten en omstandigheden te bewijzen die hun uitleg van de nadere overeenkomst ondersteunen. Markestate en [appellante 2] hebben aangeboden hiervan bewijs te leveren. Gelet op artikel 166 Rv Pro zal het hof Markestate en [appellante 2] tot dit bewijs toelaten, zoals hierna in het dictum is vermeld. Indien partijen schriftelijke bewijsstukken willen overleggen, dan dienen zij deze op voorhand aan de raadsheer-commissaris en de wederpartij toe te zenden.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

8.De uitspraak

Het hof:
laat Markestate en [appellante 2] toe feiten en omstandigheden te bewijzen die de conclusie rechtvaardigen, dat partijen uitdrukkelijk de bedoeling hadden Markestate en [appellante 2] het recht te geven de huurovereenkomst te beëindigen in het geval zij een achterstand lieten ontstaan in de betaling van de huur;
bepaalt, voor het geval Markestate en [appellante 2] bewijs door getuigen willen leveren, dat getuigen zullen worden gehoord ten overstaan van mr. Chr. M. Aarts als raadsheer-commissaris, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te 's-Hertogenbosch op een door deze te bepalen datum;
verwijst de zaak naar de rol van 12 augustus 2014 (
2 weken na datum tussenarrest) voor opgave van het aantal getuigen en van de verhinderdata van partijen zelf, hun advocaten en de getuige(n) in de periode van 4 tot 12 weken na de datum van dit arrest;
bepaalt dat de raadsheer-commissaris na genoemde roldatum dag en uur van het getuigenverhoor zal vaststellen;
bepaalt dat de advocaat van Markestate en [appellante 2] tenminste zeven dagen voor het verhoor de namen en woonplaatsen van de te horen getuigen zal opgeven aan de wederpartij en aan de civiele griffie;
bepaalt dat Markestate en [appellante 2] eventueel schriftelijk bewijs dat zij willen bijbrengen, uiterlijk twee weken voor het verhoor aan de raadsheer-commissaris en de wederpartij moeten toezenden;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. Chr. M. Aarts, B.A. Meulenbroek en M. van Ham en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 29 juli 2014.