Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de brieven met bijlagen van de advocaat van [appellant] d.d. 16 juni 2014 en 21 augustus 2014;
- de brieven met bijlagen van de bewindvoerder d.d. 9 juli 2014 en 19 augustus 2014.
3.De beoordeling
allerlaatstekans te geven gedurende deze verlenging alsnog alle uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende kernverplichtingen, waaronder met name ook de afdrachtverplichting, naar behoren na te komen. Het hof wijst [appellant] er nadrukkelijk op dat de ontstane boedelachterstand in beginsel niet middels schenkingen van derden kan worden ingelopen. Uit artikel 295 lid 1 in Pro samenhang met lid 4, onder a, Fw vloeit immers voort dat schenkingen in beginsel in de boedel vallen.