Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
7.Het verloop van de procedure
- de memorie na enquête van [varkensbedrijf] d.d. 18 maart 2014 met producties;
- de antwoordmemorie na enquête van [foods] d.d. 13 mei 2014 met producties.
8.De verdere beoordeling
Begin mei 2002, ik kan niet meer precies aangeven welke datum, ontstonden er problemen op mijn bedrijf: zeugen die eigenlijk moesten afbiggen (bevallen), konden dat niet en zeugen die berig moesten worden, werden dat niet.
(…)
(…)
(…)
(…)
De zwakste schakel…”) dat [varkensbedrijf], [varkensboer 1] en [varkensboer 2] de aardappelstoomschillen van verschillende leveranciers afnamen, zodat dit product niet als verdacht werd aangemerkt. Hoe dan ook laat een en ander de in r.o. 8.2.4 genoemde conclusie (van [foods] afkomstige bostelmix is met MPA verontreinigd) onverlet.
veel bedrijven besmet zijn geraakt die droogvoer van Cehave hebben gebruikt”, maar zij licht niet toe om welke bedrijven het dan zou gaan en in de in het geding gebrachte stukken is daarvoor geen enkele aanwijzing te lezen.
bewijzendat van een door haar geopperd alternatief scenario sprake is, maar naarmate meer concrete feiten en omstandigheden wijzen op de juistheid van de stellingen van [varkensbedrijf], kan als verweer niet meer worden volstaan met de stelling dat niet valt uit te sluiten dat een andere leverancier de gevorderde schade heeft veroorzaakt.
(…) het Productschap Vee en Vlees de varkens van [varkensbedrijf] BV ter slachting en destructie heeft overgenomen voor het bedrag (…);
vorderingsrecht op [suikerwaterfabrikant] en Cara heeft overgedragen aan het PVV. De overdracht van dit vorderingsrecht is begrijpelijk in het licht van de door het PVV tegen [suikerwaterfabrikant] en Cara aangespannen procedure. In het licht van de hiervoor aangehaalde stukken en de gemotiveerde betwisting door [varkensbedrijf] heeft [foods] haar stelling dat de restitutieplicht niet (meer) zou gelden onvoldoende onderbouwd. Bewijslevering is dan niet aan de orde.
Die ‘vordering’ is verjaard.” (mvg 102). Dit verweer, dat in eerste aanleg niet is gevoerd, is in de memorie van grieven op geen enkele manier uitgewerkt of onderbouwd. In eerste aanleg heeft [foods] niet het verweer gevoerd dat de vordering van [varkensboer 1] is verjaard.
betaald. Door de schade van [varkensboer 1] en aansprakelijkheid terzake te erkennen heeft [varkensbedrijf] die schade “”
daadwerkelijk voor haar rekening genomen”. Het vermogen van [varkensbedrijf] wordt immers verminderd doordat zij een schuld aan [varkensboer 1] heeft. Dat tussen [varkensbedrijf] en [varkensboer 1] geen procedure aanhangig is maakt, anders dan [foods] aanvoert, het voorgaande niet anders. Gelet op de erkenning door [varkensbedrijf] van haar schuld aan [varkensboer 1], lag een procedure niet in de rede.