ECLI:NL:GHSHE:2014:3656

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
16 september 2014
Publicatiedatum
16 september 2014
Zaaknummer
HD 200.131.065_01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:301 lid 1 BWArt. 130 lid 3 RvArt. 433 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens niet-inschrijving en niet-betekening gewijzigde eis

In deze civiele procedure was appellant in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant. Het hof had bij een tussenarrest appellant verzocht duidelijk te maken of het hoger beroep binnen de vereiste termijn was ingeschreven en of de gewijzigde eis aan geïntimeerde was betekend.

Appellant gaf aan de gewijzigde eis niet te hebben betekend en het hoger beroep niet binnen acht dagen te hebben ingeschreven in het register. Het hof concludeerde dat de gewijzigde eis buiten beschouwing moest blijven en dat appellant niet-ontvankelijk moest worden verklaard in het hoger beroep.

Daarnaast werd appellant veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, terwijl de kosten aan de zijde van geïntimeerde op nihil werden begroot. Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2014.

Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep en veroordeeld in de kosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.131.065/01
arrest van 16 september 2014
in de zaak van
[appellant],
wonende te [woonplaats],
appellant,
hierna aan te duiden als [appellant],
advocaat: voorheen mr. Haouli te ’s-Hertogenbosch, thans mr. C.W. Reintjes te Duiven,
tegen
[geïntimeerde],
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als [geïntimeerde],
niet verschenen in hoger beroep,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 25 februari 2014 in het hoger beroep van het door de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant onder zaaknummer C01/259855/KG 13-133 gewezen vonnis van 29 maart 2013.

6.Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenarrest van 25 februari 2014;
- de akte van [appellant] van 19 augustus 2014.
[appellant] heeft arrest gevraagd.

7.De verdere beoordeling

7.1.
Bij genoemd tussenarrest heeft het hof de zaak naar de rol verwezen om [appellant] in de gelegenheid te stellen om:
 duidelijk te maken of hij het onderhavige hoger beroep binnen acht dagen na het instellen daarvan heeft doen inschrijven in de registers, bedoeld in artikel 433 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (rov. 4.6.3.);
 een exploot van betekening van de gewijzigde eis aan [geïntimeerde] in het geding te brengen (rov. 4.7.2. ).
7.2.
[appellant] heeft in zijn akte meegedeeld dat hij de gewijzigde eis niet aan [geïntimeerde] heeft betekend. Onder verwijzing naar de rechtsoverwegingen 4.7.1 en 4.7.2 van het tussenarrest verbindt het hof daar de conclusie aan dat de gewijzigde eis in dit hoger beroep buiten beschouwing moet blijven.
7.3.
[appellant] heeft in zijn akte voorts meegedeeld dat het onderhavige hoger beroep niet binnen acht dagen na het instellen daarvan is ingeschreven in de registers, bedoeld in artikel 433 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Onder verwijzing naar rechtsoverweging 4.6.3 van het tussenarrest verbindt het hof daar de conclusie aan dat [appellant] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn hoger beroep.
7.4.
Het hof zal [appellant] veroordelen in de kosten van het hoger beroep en die kosten aan de zijde van [geïntimeerde] begroten op nihil.

8.De uitspraak

Het hof:
verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep van het door de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant onder zaaknummer C01 / 259855 / KG 13-133 tussen partijen gewezen vonnis van 29 maart 2013;
veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep en begroot die kosten aan de zijde van [geïntimeerde] op nihil.
Dit arrest is gewezen door mrs. I.B.N. Keizer, O.G.H. Milar en M.G.W.M. Stienissen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 16 september 2014.