ECLI:NL:GHSHE:2014:3669
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- W.H.B. den Hartog Jager
- Y.L.L.A.M. Delfos-Roy
- J.P. de Haan
- Rechtspraak.nl
Voortzetting procedure na faillissement huurder bedrijfsruimte en toepassing artikelen Faillissementswet
In deze zaak gaat het om een huurovereenkomst van bedrijfsruimte waarbij de huurder failliet is verklaard tijdens het lopende kort geding. De verhuurder vordert ontruiming en betaling van diverse geldvorderingen. Het hof bevestigt dat de geldvorderingen onder art. 29 Faillissementswet Pro vallen, waardoor het geding automatisch wordt geschorst na faillissement. Voortzetting van het geding is alleen mogelijk indien de vordering wordt betwist tijdens de verificatievergadering, wat hier niet is gebeurd.
De huurder verzocht om voortzetting van het geding buiten bezwaar van de boedel op grond van art. 28 Fw Pro, maar dit verzoek werd afgewezen omdat dit artikel niet van toepassing is op geldvorderingen die onder de boedel vallen. Ook een verzoek van een schuldeiser om het geding voort te zetten werd afgewezen omdat dit in strijd zou zijn met de strekking van de Faillissementswet.
Het hof overweegt dat de vordering tot ontruiming mogelijk ook onder art. 29 Fw Pro valt en dat geen belang bestaat bij voortzetting van het geding zolang de curator niet is opgeroepen. Het verzoek tot doorhaling van de procedure werd toegewezen als administratieve maatregel, maar dit betekent niet dat de zaak definitief is beëindigd. Het geding kan na verificatie of opheffing van het faillissement worden voortgezet.
De uitspraak bevestigt het belang van de Faillissementswet bij lopende procedures en benadrukt dat belangenafwegingen het wettelijke systeem van schorsing en voortzetting niet kunnen doorbreken. Het hof wijst alle verzoeken tot voortzetting buiten bezwaar van de boedel af en royeert het geding.
Uitkomst: Het hof wijst verzoeken tot voortzetting van het geding buiten bezwaar van de boedel af en bevestigt de schorsing van het geding ten aanzien van geldvorderingen.