ECLI:NL:HR:2011:BQ8092
Hoge Raad
- Cassatie
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- C.E. Drion
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verificatie en betwisting van vorderingen in faillissement en bevoegdheid schuldeisers tot voeging
In deze zaak stond centraal de vraag of een vordering die ten tijde van faillietverklaring al in rechte aanhangig is, zonder verificatie kan worden opgenomen in de uitdelingslijst van het faillissement. De curator had een bestuurder aansprakelijk gesteld en een vordering ingesteld die door de rechtbank was toegewezen. Kort daarna werd het faillissement van die bestuurder uitgesproken en werd hoger beroep ingesteld door de curator in dat faillissement. Tijdens de verificatievergadering werd de vordering betwist door een andere schuldeiser, waarna de rechter-commissaris verwees naar het hof.
De Hoge Raad bevestigde dat ook indien een schuldeiser beschikt over een onherroepelijk vonnis, de vordering moet worden geverifieerd in het faillissement. Dit dient om de lijst van erkende vorderingen samen te stellen. Indien de vordering betwist wordt, volgt verwijzing naar de rechtbank of voortzetting van het geding. Een uitzondering geldt wanneer de curator zelf een rechtsmiddel instelt tegen een uitspraak kort voor of na faillietverklaring; dan is art. 29 Faillissementswet Pro niet van toepassing.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat andere schuldeisers die de vordering betwisten bevoegd zijn zich te voegen in de procedure die door de curator is gestart, ook zonder formele verwijzing. De beslissing van de rechter-commissaris is geen beschikking in de zin van art. 67 Faillissementswet Pro en staat alleen cassatieberoep open. De klachten van de curator werden ongegrond verklaard en het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de curator wordt verworpen en de beschikking van de rechter-commissaris blijft in stand.