Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
,hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellante is toegelaten tot de schuldsaneringsregeling bij vonnis van 23 oktober 2012. De bewindvoerder verzocht tussentijdse beëindiging van deze regeling op grond van artikel 350 lid 3 sub c Faillissementswet Pro, omdat appellante haar verplichtingen niet naar behoren nakwam. De rechtbank Limburg heeft dit verzoek toegewezen, waarna appellante hoger beroep instelde.
In hoger beroep stelde appellante dat zij haar bewindvoerder had geïnformeerd over haar medische situatie en arbeidsongeschiktheid, en dat zij zich inspande om een psychologisch rapport te verkrijgen en een herkeuring bij het UWV aan te vragen. Het hof oordeelde echter dat appellante reeds bij toelating op de hoogte was van haar arbeidsverplichting van minimaal 36 uur per week en dat zij herhaaldelijk door de bewindvoerder en rechter-commissaris was gewezen op de noodzaak van een onafhankelijke medische rapportage bij arbeidsongeschiktheid.
Het hof vond dat appellante onvoldoende had voldaan aan haar verplichtingen en dat haar verweer te laat kwam. De huisarts had aanvankelijk geen doorverwijzing naar een psycholoog gegeven, maar appellante had wel zelf een herkeuring bij het UWV kunnen aanvragen. Het hof achtte de beëindiging van de schuldsaneringsregeling terecht en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens het niet nakomen van de arbeidsverplichting door appellante.